Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Aanbestedingsrecht

Er staat wat er staat

4 maart 2010 - 2 minuten leestijd

Volgens vaste rechtspraak heeft degene die in het kader van een aanbesteding een ongeldige inschrijving heeft gedaan geen procesbelang. Een dergelijke inschrijving wordt namelijk geacht niet te zijn gedaan. Die inschrijver heeft daardoor geen belang bij het aanvechten van een onwelgevallige gunningsbeslissing. Immers zal de opdracht, al zou deze inschrijver gelijk zou hebben, toch niet aan hem gegund kunnen worden.

Een inschrijving is ondermeer ongeldig indien deze te laat wordt ingediend, indien in strijd met de aankondiging een alternatief wordt aangeboden of indien deze onvolledig is, bijvoorbeeld omdat een eigen verklaring ontbreekt.

Recentelijk heeft de Rechtbank Maastricht een inschrijving ongeldig geoordeeld omdat de inschrijver niet aan de gestanddoeningseis voldeed.

In de aanbestedingsleidraad was vermeld dat de inschrijver zijn inschrijving gedurende 90 dagen na de dag waarop de aanbesteding had plaatsgevonden gestand moest doen. Aanbesteding heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2009, de voorgeschreven termijn liep (dus) tot en met 14 januari 2010. Inschrijver had aangegeven dat de offerte geldig was “tot 31 december 2009 in verband met de wijziging in tarieven na 1 januari 2010”. Het verweer van deze inschrijver, dat sprake was van een kennelijke verschrijving, werd afgewezen, vanwege het feit dat in de inschrijving twee data zijn genoemd die naadloos op elkaar aansluiten. Het lag naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand dat twee foutieve data waren genoemd.

De inschrijver behoefde ook niet in de gelegenheid te worden gesteld zijn inschrijving op dit punt te verduidelijken. Nog daargelaten dat de inschrijving naar het oordeel van de aanbestedende dienst op dit punt niet onduidelijk was, er stond nu eenmaal wat er stond, had het ‘gebrek’ betrekking op een belangrijk onderdeel van de aanbieding. Alleen een gebrek van ondergeschikte betekenis kan eventueel worden hersteld, zo is de heersende leer in aanbestedingsland, herstel van belangrijke gebreken is in strijd met het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers.

Of sprake is van opzet of onoplettendheid van de inschrijver blijkt niet uit het vonnis. Denkbaar is dat de inschrijving reeds op 1 oktober 2009 voor verzending gereed lag of toen zelfs al was verzonden en dat, rekening houdend met de termijn van 90 dagen, daarom de datum 31 december is genoemd. Hoe dan ook verdient het nog maar weer eens aanbeveling om de aanbestedingsstukken iedere keer kritisch te lezen en daarnaar secuur te handelen.

Voor vragen of het delen van uw eigen ervaringen op het terrein van het aanbestedingsrecht: Per van der Kooi, advocaat bouwrecht en aanbestedingsrecht en Menno de Wijs, juridisch medewerker

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?