Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Stoppen met onderhandelen – wat mag wel en wat mag niet?

Jan-Willem Kolenbrander

8 december 2016 - 3 minuten leestijd

Stoppen met onderhandelen – wat mag wel en wat mag niet?
Voordat partijen een overeenkomst met elkaar sluiten, zullen ze doorgaans eerst overleg met elkaar willen voeren en onderhandelen over de voorwaarden van de overeenkomst. Zo ook in het geval van een franchiseovereenkomst.

Hoewel de onderhandelingsruimte, die een individuele (kandidaat-)franchisenemer heeft om te onderhandelen met de franchisegever over het algemeen beperkt is in het geval van franchise, zullen onderwerpen als locatie, hoogte van de fee en secundaire voorwaarden vaak wel degelijk onderdeel van de onderhandelingen kunnen zijn.

Afbreken van de onderhandelingen
Maar wat nu als tijdens deze onderhandelingen één van de partijen er eigenlijk achter komt dat hij of zij de betreffende franchiseovereenkomst helemaal niet wil sluiten met de andere partij? In het geval van de franchisegever bijvoorbeeld omdat er twijfels rijzen over de geschiktheid van de betreffende kandidaat. In het geval van de franchisenemer bijvoorbeeld omdat er twijfels rijzen over de rentabiliteit van de te franchisen onderneming. Kan de twijfelende partij dan zonder meer de onderhandelingen met de andere partij staken zonder dat daar (juridische) gevolgen aan vastzitten?

Uitgangspunt: contractsvrijheid
In beginsel heeft iedere partij de vrijheid om onderhandelingen met een andere partij af te breken. Het beginsel van contractsvrijheid in Nederland brengt met zich mee dat een ieder kan kiezen met wie er (niet) wordt gecontracteerd. Dat betekent dat in beginsel een partij dus zonder gevolgen onderhandelingen kan en mag staken. Deze vrijheid wordt ook door de Hoge Raad erkend.

Tenzij gerechtvaardigd vertrouwen
Deze vrijheid is echter niet oneindig. In bepaalde gevallen kunnen de onderhandelingen een bepaald karakter hebben gehad op grond waarvan de andere partij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat er een franchiseovereenkomst tot stand zou komen. Denk aan onderhandelingen die al geruime tijd hebben geduurd en waarbij overeenstemming over de belangrijkste punten is. Of een partij die zonder voorbehoud aan de andere partij meldt ‘ik ga met jou contracteren’. In dergelijke gevallen kan er sprake zijn van gerechtvaardigd vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen. Het afbreken van de onderhandelingen is dan niet zonder meer mogelijk.

Franchisegever staakt onderhandelingen
Een aardig voorbeeld van het voorgaande is een kwestie waarbij de ING Bank voornemens was te gaan franchisen en in dat kader franchisenemers zocht om haar bestaande vestigingen te gaan exploiteren. Om die reden werd aan een bepaalde (kandidaat-)franchisenemer een concept franchiseovereenkomst verstrekt. Het personeel van de betreffende vestiging werd geïnformeerd over de overname van de exploitatie door deze kandidaat. In een brief van ING aan de kandidaat werd hij gefeliciteerd met de voorgenomen samenwerking en gaf ING Bank aan een franchiseovereenkomst met hem te willen sluiten. De kandidaat heeft op grond hiervan zijn loondienstverband bij ABN AMRO Bank opgezegd.

Enkele weken later herzag ING echter haar algehele ondernemingsstrategie en werd de franchise ‘on hold’ gezet. Later werd de uitrol definitief gestaakt door ING Bank. De kandidaat startte vervolgens een gerechtelijke procedure bij de rechtbank Amsterdam (klik hier voor het vonnis). De rechter oordeelde dat de onderhandelingen tussen ING Bank en de (kandidaat-)franchisenemer dermate ver waren gevorderd, dat deze kandidaat er op mocht vertrouwen dat deze onderhandelingen in de totstandkoming van een franchiseovereenkomst zouden resulteren. Het stond ING Bank dus niet vrij om éénzijdig de onderhandelingen te staken en was zij gehouden een schadevergoeding te voldoen aan de kandidaat.

Kortom
Als franchisegever en (kandidaat-)franchisenemer is het goed er bewust van te zijn dat onderhandelingen in principe afgebroken kunnen worden, tenzij…Vaak is het verstandig om voorafgaand aan het onderhandelen – bijvoorbeeld via een voorovereenkomst – concrete afspraken te maken over het onderhandelingstraject en wanneer deze onderhandelingen nog wel (of niet) kunnen worden afgebroken. Dat kan een hoop discussies besparen.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?