Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Voortgangsrapportage DBA – welke maatregelen staan op stapel?

Joost Kokje

24 november 2016 - 3 minuten leestijd

Afgelopen vrijdag is een bericht in het nieuws verschenen, waaruit volgt dat de handhaving van de Wet DBA in ieder geval tot 2018 zal worden uitgesteld. Aan het begin van deze week heeft Staatssecretaris Wiebes de Tweede Voortgangsrapportage DBA gepubliceerd. Ook heeft de Commissie (model)overeenkomsten (hierna: de Commissie) haar werkzaamheden afgerond en een eindrapport opgesteld. De documenten bij elkaar betreffen een omvangrijk geheel.

Gelet hierop, geef ik een beknopt overzicht van:
(i)    De geconstateerde knelpunten.
(ii)    Geplande aanpassingen/toelichtingen op de wet DBA.

De geconstateerde knelpunten
De Staatssecretaris stelt voorop dat met de Wet DBA nu al deels het gewenste effect is bereikt, namelijk het tegengaan van schijnzelfstandigheid. Wel zijn – mede gelet op het eindrapport van de Commissie – de volgende knelpunten geconstateerd:

  • Opdrachtgevers zijn terughoudend in het inhuren van zzp’ers
    Opdrachtgevers krijgen met de modelovereenkomsten niet de gewenste duidelijkheid, waardoor ze terughoudend zijn met het inhuren van zzp’ers. Dit brengt een vicieuze cirkel teweeg, omdat de werkpraktijk daardoor niet kan worden ‘uitgekristalliseerd’. Dit is opmerkelijk, nu het juist de taak van de wetgever is om zoveel als mogelijk duidelijkheid te geven.Als ‘oplossing’ voor dit probleem wordt aangegeven dat er meer zekerheid moet komen over de aard van de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer. De Belastingdienst zou hierin een ‘coachende rol’ moeten gaan vervullen, door op voorhand aanwijzingen te geven bij controles en zekerheid te geven dat er achteraf geen naheffingen of boetes worden opgelegd. Volgens de Staatssecretaris kan op die manier de vicieuze cirkel worden doorbroken.
  • Het onderscheid tussen ondernemerschap en dienstbetrekking sluit niet overal aan bij de praktijk
    Opvallend hierbij is dat de Staatssecretaris wederom (en in dit geval overigens niet onterecht) een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de opdrachtgevers en opdrachtnemers legt. Doordat de VAR gedurende 10 jaar een complete vrijwaring voor de opdrachtgever met zich meebracht, is onvoldoende aangesloten bij de arbeidsrechtelijke invulling van de begrippen opdrachtgever en opdrachtnemer. Met name de begrippen ‘vervangbaarheid’ en ‘gezagsverhouding’ sluiten op dit moment niet aan bij de praktische uitvoering van veel zzp-relaties.De Staatssecretaris heeft aangeven deze begrippen te willen gaan ‘herijken’, zodat deze beter aansluiten bij de praktijk. Wat hieronder wordt verstaan is nog onduidelijk.
  • Opdrachtgevers ervaren de arbeidswetgeving als knellend
    Opdrachtgevers willen met name niet geconfronteerd worden met een vast dienstverband, met alle arbeidsrechtelijke bescherming van dien. Hierin wil de Staatssecretaris tegemoetkomen, maar een concrete oplossing wordt (nog) niet geboden en zal naar mijn mening ook een lastig zijn.

Eventueel geplande aanpassingen/toelichtingen op de wet DBA

De Commissie heeft in haar eindrapport aanbevelingen gedaan voor  het door-ontwikkelen van de Wet DBA. De Staatssecretaris heeft laten weten, dat een aantal aanbevelingen direct ter harte zullen worden genomen:

  • De implementatietermijn van de wet wordt verlengd naar 1 januari 2018. Let op! Dit geldt niet voor ‘evident kwaadwillenden’. De Belastingdienst zal voor deze groep wel al vanaf 1 mei 2017 starten met handhaven.
  • Er komt een bijsluiter bij de algemene modelovereenkomsten die meer duidelijkheid moet bieden over wanneer wel of niet loonheffing verschuldigd zal zijn.
  • Er komt een beleidsbesluit met constante factoren, zodat duidelijk is hoe de Belastingdienst omgaat met de modelovereenkomsten (hoe ze worden beoordeeld).
  • Op voorhand wordt duidelijkheid verschaft over de vraag wanneer het gebruik van een (model)overeenkomst wel of niet noodzakelijk is.
  • Indien de Belastingdienst constateert dat opdrachtgevers en opdrachtnemers niet handelen overeenkomstig hetgeen tussen hen is overeengekomen (dus dat er feitelijk geen ‘opdrachtrelatie’ is), dan krijgen zij niet direct te maken met boetes en/of naheffingen, maar krijgen ze de kans hun handelen aan te passen. Als met opzet anders wordt gewerkt, zodat er sprake is van fraude, zal de Belastingdienst wel boetes en/of naheffingen opleggen.

Conclusie
Medio april 2017 evalueert de Staatssecretaris of de voornoemde punten het gewenste effect hebben gehad. De resultaten daarvan worden in het Derde Voortgangsrapport opgetekend. Het is positief te constateren dat de Staatssecretaris serieus werk maakt van de onrust en ontevredenheid over de Wet DBA. Wel zet ik mijn vraagtekens bij diverse actiepunten, waaronder de ‘coachende rol’ van de toch al overbelaste Belastingdienst. De wet DBA heeft de Belastingdienst immers al een groot en ingewikkeld takenpakket gegeven.

Duidelijk is dat de wet DBA in ontwikkeling zal blijven. Zzp-land zal de komende tijd nog onrustig zijn. Ik hou u op de hoogte!

Joost Kokje, advocaat arbeidsrecht | flexibele arbeid

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?