Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Franchisegever moet het boetekleed aantrekken!

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

16 november 2016 - 2 minuten leestijd

Boetebedingen komen vaak voor in franchiseovereenkomsten. Het betreft een contractueel beding in een franchiseovereenkomst dat bepaalt dat er een geldboete verschuldigd is als één van partijen zijn verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst niet deugdelijk nakomt. Vaak is afgesproken dat er een boete verschuldigd is voor elke dag dat een bepaalde verplichting niet wordt nagekomen. Zie ook deze eerdere blog over boetebedingen.

Hela! Hola!
Als er inderdaad sprake is van een dagelijks oplopende boete dan is voorzichtigheid uiteraard van groot belang voor de partij die in gebreke blijft aan zijn verplichtingen te voldoen. Wordt onvoldoende onderkend dat de spreekwoordelijke teller blijft doorlopen, dan zal de partij die in gebreke blijft op enig moment geconfronteerd kunnen worden met een monsterlijke geldboete.

Franchisegever komt afspraak niet na
Zie in dat kader een recente rechtszaak bij de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2016:8667 – klik hier voor het vonnis). Franchisegever en franchisenemer hadden een franchiseovereenkomst gesloten. Tijdens de onderhandelingen was er een aanvullend boetebeding opgenomen in de franchiseovereenkomst. Deze gold voor beide partijen en hield feitelijk in dat elke tekortkoming uit hoofde van de franchiseovereenkomst aan de andere partij automatisch het recht gaf om per dag een boete van € 250 te vorderen. Dit naast een éénmalige boete van € 2.500.

Eén van de afspraken die partijen hadden gemaakt, was dat de franchisegever zich had verplicht om uiterlijk in april 2015 twee additionele standplaatsen te verstrekken voor de mobiele koffiebar van de franchisenemer. Dat lukte echter niet, waardoor het boetebeding automatisch van kracht werd en de franchisenemer per dag een boete van € 250 kon vorderen. Uiteindelijk heeft de franchisenemer buitengerechtelijk de franchiseovereenkomst ontbonden, dan wel opgezegd, dan wel vernietigd op grond van dwaling.

Franchisegever probeert tevergeefs beroep te doen op vernietiging
De franchisegever ziet op dat moment de bui al hangen; op het moment dat de overeenkomst wordt beëindigd door de franchisenemer is er sprake van een forse geldboete. Bij de gerechtelijke procedure die vervolgens door de franchisegever(!) wordt gestart, vraagt de franchisegever aan de rechter om te oordelen dat de franchiseovereenkomst is komen te eindigen vanwege de derde beëindigingsgrond die door de franchisenemer is ingeroepen, te weten de vernietiging op grond van dwaling. De reden om dat te doen ligt voor de hand; als de franchiseovereenkomst immers wordt vernietigd, zijn ook de boetebedingen van de baan. De franchisegever is dan ‘af’ van de boetes.

De rechter geeft franchisenemer gelijk
De rechter oordeelt echter dat de franchisenemer drie gronden van beëindiging heeft ingeroepen, waarvan de eerste grond (ontbinding) al slaagt. Aan de derde grond (vernietiging) komt de rechter dus helemaal niet toe. De boetebedingen worden dus niet vernietigd en de franchisegever is gehouden een enorme boete van ruim € 45.000 te betalen.

Kortom
Vaak nemen franchisegevers (te) gemakkelijk dergelijke bedingen op met het idee dat alleen een franchisenemer tekort zal schieten in de nakoming. Dat is uiteraard niet zo – waar twee partijen samenwerken, kunnen ook twee partijen de spreekwoordelijke bal laten vallen. Een doordacht en evenwichtig boetebeding voor specifieke tekortkomingen is vaak verstandiger dan een boetebeding die voor alle bepalingen uit de franchiseovereenkomst geldt. Daarnaast is een automatische boete voor sommige tekortkomingen gewoonweg niet verstandig om af te spreken. Oppassen dus!

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?