Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

De witte raaf blijkt toch minder wit dan gedacht: ontbreken knowhow ook ditmaal fnuikend

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

20 oktober 2016 - 2 minuten leestijd

Geen beroep op non-concurrentiebeding wegens ontbreken knowhow

In een blog enkele maanden eerder (klik hier) besprak ik een zaak (ECLI:NL:RBOVE:2016:2914) waarbij de rechtbank Overijssel het beroep van een franchisegever op een postcontractueel non-concurrentiebeding had afgewezen, omdat er geen (zichtbare) knowhow was overgedragen aan de franchisenemer.

In mijn commentaar op die uitspraak merkte ik op dat deze zaak in de rechtspraktijk waarschijnlijk een ‘witte raaf’ zou blijven, omdat het overgrote deel van de franchisegevers in Nederland immers wel degelijk op dagelijkse basis concrete kennis en knowhow overdraagt aan hun franchisenemers.

‘Wel hier en gunter!’
Op die opmerking zal ik echter gedeeltelijk moeten terugkomen, nu (wederom) de rechtbank Overijssel zeer recentelijk heeft geoordeeld (ECLI:NL:RBOVE:2016:3742 – klik hier voor het vonnis) dat een franchisegever geen beroep toekomt op het postcontractuele non-concurrentiebeding, omdat zij geen knowhow heeft overgedragen.

Wat speelde er? Een franchisenemer van een keukeninstallateurs-formule werd door de franchisegever gehouden aan het non-concurrentiebeding in zijn franchiseovereenkomst. ‘Ten onrechte’ aldus de rechter, omdat niet was gesteld door de franchisegever dat zij knowhow had overgedragen die beschermd diende te worden. De franchisenemer bleek ook alle vakkennis en bekwaamheden, die nodig waren voor de franchise, zelf te bezitten. Aldus de rechtbank was niet gebleken van overgedragen kennis op het gebied van keukenmontage, die zo exclusief zou zijn dat deze kennis bescherming verdient door middel van een concurrentiebeding. Daarbij speelde ook een rol dat de franchisegever de samenwerking had opgezegd, hetgeen – zoals bekend – reden kan zijn om een non-concurrentiebeding volledig buiten beschouwing te laten.

De les van vandaag
De eerder door mij gespotte witte raaf blijkt dus aanzienlijk minder wit te zijn. Franchisegevers moeten in dergelijke zaken voldoende duidelijk op tafel krijgen welke concrete kennis en knowhow met de franchisenemers gedeeld worden. Dat zal in veel gevallen waarschijnlijk geen enkel probleem hoeven te zijn. Kan een franchisegever dat echter niet, dan is het dus zaak om de rechtbank Overijssel te mijden!

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?