Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Intellectuele eigendomsrechten en vloggersoftware

Teun Pouw

14 april 2016 - 3 minuten leestijd

Vlogging is een van de grootste Social Media gerelateerde trends van dit moment, en betreft een soort van video-dagboek uit het dagelijkse leven van de betreffende ‘vlogger’.  Een succesvolle vlogger kan een miljoenen publiek bereiken en rekenen op een aardig salaris. Voor veel bedrijven is het ontwikkelen van vloggerssoftware dan ook een interessante tak van sport.

Een van de softwarebedrijven die in de vloggerssoftware actief is, is Zoom.in. Dit bedrijf heeft een procedure opgestart jegens een van haar medewerkers, hierna te noemen Werknemer A. Zoom.in is namelijk van mening dat de intellectuele eigendomsrechten (hierna: IE-rechten) van de door haar Werknemer A, ten behoeve van Creative Nation (hiena: CN), ontwikkelde vloggerssoftware aan haar toebehoren. Op 6 april 2016 is er door de rechtbank Amsterdam uitspraak in deze zaak gedaan.

De casus is als volgt. Werknemer A is sinds september 2011 in dienst bij Zoom.in als ‘International Business Development Director Zoom.in’. Eind 2014 richt werknemer A zijn eigen softwarebedrijf Illuminata op.  In de arbeidsovereenkomst van Werknemer A is sinds 9 juli 2015, naast een non-concurrentiebeding,  de volgende bepaling opgenomen ten aanzien van de IE-rechten:
 “All rights regarding intellectual property, including, but not limited to copyright and patent, design and trade mark rights, that the Employee has brought into being or has been instrumental in bringing into being, either independently or not, or has discovered or conceived, shall accrue to the Company irrespective of whether the intellectual property has been created within or outside the period of work (during the Employment Agreement and within a period of 1 year following termination thereof) and also irrespective of whether the nature of the Employment Agreement directly or indirectly involves bringing into being, discovering or conceiving intellectual property. (…)”

CN heeft een licentie verkregen van Zoom.in om, tegen betaling  haar Zoom.in Network Management Software (hierna: ZiNM-Software)  te mogen gebruiken. Werknemer B is bij Zoom.in in dienst als ‘Software engineer’ en heeft in samenwerking met Werknemer A, met gebruikmaking van de ZiNM-Software, nieuwe vloggerssoftware ontwikkeld ten behoeve van CN. Deze vloggerssoftware draait op de servers van Illuminata.

Zoom.in stelt dat de IE-rechten van de vloggerssoftware van CN aan haar toebehoren, aangezien CN enkel een gebruikslicentie en geen ontwikkellicentie had ten behoeve van de ZiNM-software en daarnaast deze software is ontwikkeld door werknemers van Zoom.in. In de juridische procedure die volgt vordert Zoom.in toegang tot de servers van Illuminata en afgifte van de gegevensdragers van Werknemer A zodat zij zich de vloggerssoftware kan toe-eigenen.

De voorzieningenrechter overweegt in deze procedure het volgende:
“5.6.Ook kan er, anders dan Zoom.in heeft bepleit, niet zonder meer van worden uitgegaan dat de auteursrechten op de aan CN ter beschikking gestelde software liggen bij Zoom.in. In de eerste plaats zijn partijen het er niet over eens of Werknemer A dan wel Werknemer B de software heeft ontworpen. Als dat Werknemer B was betekent dat niet automatisch dat de rechten aan Zoom.in toekomen. Weliswaar brengt artikel 7 Auteurswet mee dat als maker van een werk wordt aangemerkt degene in wiens dienst de werken zijn vervaardigd, maar dat is alleen het geval indien de arbeid van de desbetreffende werknemer bestaat uit het vervaardigen van die werken. Deze bepaling dient beperkt te worden uitgelegd, in die zin dat als de werknemer werken vervaardigt die nuttig kunnen zijn voor de werkgever, maar niet behoren tot zijn taakomschrijving, buiten het toepassingsgebied vallen van artikel 7. Nu CN kennelijk gebruik maakte van (door hetzij Werknemer B hetzij Werknemer A ) ontworpen software die voor andere doeleinden was bestemd dan voor uitvoering van de contractuele verplichtingen van Zoom.in en buiten de scope van de reguliere werkzaamheden van Werknemer B en Werknemer A viel, is die situatie hier mogelijk aan de orde. Of Werknemer A, die blijkens zijn arbeidsovereenkomst in beginsel zijn intellectuele eigendomsrechten bij voorbaat aan Zoom.in heeft overgedragen, als ontwerper van software kan worden aangemerkt en welke software dat dan zou betreffen, kan zonder nader onderzoek naar de feiten, waarvoor het kort geding zich niet leent, vooralsnog niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld. Al met al bestaat voorshands onvoldoende grondslag om aan te nemen dat Werknemer A Zoom.in toegang dienen te verlenen tot op de servers van Illuminata geïnstalleerde software en deze dient te installeren op de servers van Zoom.in, alsook om de gegevensdragers te verstrekken, omdat de software ‘van Zoom.in’ zou zijn.”

Conclusie
Interessant in deze zaak is de waarde die wordt gehecht aan de inhoud van een arbeidsovereenkomst in relatie tot de door de werknemer daadwerkelijk verrichte activiteiten. De simpele gedachte dat alle IE-rechten, ten aanzien van software ontworpen door een werknemer, standaard aan een werkgever toebehoren, gaat dus niet op. Gezien de enorme financiële belangen die met de IE-rechten van software gemoeid zijn, is het van groot belang om deze zaken zo ‘dekkend’ mogelijk vast te leggen. De werkgever doet er ook goed aan om zo nodig – tijdens het dienstverband – aanvullende afspraken vast te leggen.

Teun Pouw, advocaat IE-recht en BMM-merkengemachtigde en Michelle Wijnant, master student Universiteit Tilburg

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?