Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

De zorgplicht van de bank jegens een franchisenemer

Jan-Willem Kolenbrander

11 april 2016 - 2 minuten leestijd

Recent is er een interessante uitspraak gepubliceerd van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2016:1769 – lees het vonnis hier) over de zorgplicht van een bank jegens een voormalige franchisenemer die daar klant was.

De zaak ging – kort samengevat – over het volgende. De franchisenemer had in september 2007 een bakkerswinkel overgenomen en met een franchisegever een franchiseovereenkomst gesloten ten behoeve van de exploitatie van die winkel. Om de exploitatie te financieren had de franchisenemer eveneens een kredietovereenkomst gesloten met de Rabobank.

De franchisenemer bleek in 2010 niet in staat aan zijn betalingsverplichtingen richting de bank te voldoen op grond waarvan de Rabobank de kredietovereenkomst opzegde. De franchisegever – eveneens een klant van de Rabobank – ging enkele dagen later failliet. De Rabobank startte enige tijd later vervolgens een gerechtelijke procedure om de nog openstaande  posten te incasseren bij de (ex-)franchisenemer.

De (ex-)franchisenemer stelde zich in die procedure op het standpunt dat de Rabobank haar zorgplicht had verzaakt. In dat kader stelde hij dat de Rabobank geweten moet hebben van het dreigende faillissement van de franchisegever, omdat de franchisegever ook klant van de Rabobank was. De Rabobank had de (ex-)franchisenemer moeten informeren over de zorgwekkende financiële positie van de franchisegever. Ook was de (ex-)franchisenemer dermate afhankelijk van de franchisegever dat de Rabobank in zijn visie zowel zijn financiële positie als die van de franchisegever had moeten onderzoeken ten tijde van het aangaan van de kredietovereenkomst.

De rechtbank meent echter dat de Rabobank haar zorgplicht jegens de (ex-)franchisenemer niet heeft geschonden. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de kredietovereenkomst die de Rabobank met de (ex-)franchisenemer had gesloten een standaard overeenkomst was waarbij het voor de (ex-)franchisenemer direct duidelijk was wat de aard en omvang van zijn betalingsverplichtingen was. Om die reden rustte op de Rabobank slechts een beperkte zorgplicht, zodat een nadere uiteenzetting niet was vereist en de Rabobank kon volstaan met het controleren van de kredietwaardigheid van de (ex-)franchisenemer. Deze beperkte zorgplicht brengt volgens de rechtbank eveneens met zich mee dat de Rabobank de (ex-)franchisenemer niet ten tijde dan wel na het aangaan van de kredietovereenkomst had moeten waarschuwen over de financiële situatie van de franchisegever. Daarnaast honoreert de rechtbank het verweer van de Rabobank dat zij uit hoofde van privacy hoe dan ook tegen de (ex-)franchisenemer geen uitlatingen had mogen doen over de (financiële) positie van de franchisegever. De (ex-)franchisenemer dient dan ook de nog openstaande posten te voldoen.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?