Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

Nooit zomaar beëindigen …

Natascha van Duuren

22 maart 2016 - 2 minuten leestijd

Bij de zogenaamde duurovereenkomsten is in de rechtspraak vastgesteld dat als de overeenkomst niet anders bepaalt, deze altijd kan worden beëindigd.  De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen met zich brengen dat een redelijke opzeggingstermijn in acht moet worden genomen en dat onder omstandigheden een vergoeding verschuldigd is, maar dat beëindigd kan worden, staat vast.

Bij een overeenkomst aangegaan voor bepaalde tijd geldt in het algemeen dat tussentijdse beëindiging niet mogelijk is, tenzij de overeenkomst in tussentijdse beëindiging voorziet. Beëindigt een van de twee partijen toch tussentijds (zonder geldige reden), dan wordt dat beschouwd als een toerekenbare tekortkoming en is die partij schadeplichtig. Dat betekent dat de beëindigende partij de schade van de andere partij moet vergoeden. Bij huur zal deze bijvoorbeeld bestaan uit de huurpenningen over de nog resterende periode.

In een uitspraak van 27 januari 2015 bepaalde het Gerechtshof Amsterdam dat een contractuele bepaling op basis waarvan de klant (een zeer kleine ondernemer) van Proximedia (websitebouwer) bij tussentijdse beëindiging door de klant nog 60% van de resterende termijnbedragen zou moeten betalen rechtsgeldig was. Ook als de vertegenwoordiger zeer overtuigend zou zijn geweest of de klant onder (commerciële) druk had gezet, had deze klant moeten beseffen dat het ging om een contract voor 48 maanden, aldus het hof. Op het voorblad van de overeenkomst stond dit namelijk duidelijk met de tekst dat deze termijn ‘onherroepelijk’ was. Het gerechtshof veegt daarmee het argument van de klant van tafel, dat inhield dat deze zou zijn misleid of dat deze de gevolgen onjuist had ingeschat. Volgens het hof had ook een kleine ondernemer zich moeten beseffen dat deze voor 48 maanden tekende en niet zomaar gelijk kan worden gesteld aan een consument.

In de algemene voorwaarden van Proximedia stond een bepaling die inhield dat bij voortijdige beëindiging (anders dan wegens aan Proximedia toe te rekenen omstandigheden) nog 60% van de nog resterende termijnen verschuldigd zou zijn. Proximedia had – gemotiveerd – aangevoerd dat dit geen onredelijke vergoeding was en de klant had het niet inhoudelijk weersproken. Het gerechtshof honoreert daarmee ook dit argument van Proximedia.

In de procedure is door de klant nog aangevoerd dat Proximedia zelf niet aan haar verplichtingen zou hebben voldaan. Het gerechtshof stelt dat verweer terzijde met de constatering dat de klant niet heeft geklaagd bij Proximedia en ook geen ingebrekestelling heeft gestuurd, waarbij aan Proximedia alsnog een redelijke termijn voor voldoening werd gesteld.

De lessen uit deze uitspraak:

  • bekijk de duur van contracten goed;
  • bekijk goed welke voorwaarden voor (tussentijdse) beëindiging van de overeenkomst gelden;
  • als je als klant ontevreden bent over dienstverlening, moet je direct en bewijsbaar klagen;
  • als je wederpartij tekortschiet en de prestatie kan nog worden geleverd, moet er een schriftelijke ingebrekestelling aan de wederpartij uitgaan, waarin (1.) duidelijk aanspraak wordt gemaakt op nakoming en (2.) een redelijke termijn wordt gegund voor die nakoming;
  • bekijk goed wat de gevolgen zijn van (tussentijdse) beëindiging van de overeenkomst.

Robert-Jan van der Wart is advocaat en Partner Corporate & Commercial Law bij De Clercq Advocaten Notarissen

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?