Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Cameratoezicht, wat is toegestaan en wat niet?

Natascha van Duuren

14 februari 2016 - 4 minuten leestijd

De camera’s van tegenwoordig worden steeds geavanceerder; ze kunnen worden gekoppeld aan drones of auto’s, kunnen zelfstandig inzoomen of roteren en zelfs door middel van gezichtsherkenning personen identificeren. Ideaal dus om de openbare orde mee te bewaren of persoonlijke eigendommen te beschermen. Maar wat mag nu eigenlijk wel en wat niet?

Op de dag van de privacy, 28 januari 2016, zijn door de Autoriteit Persoonsgegevens de Beleidsregels Cameratoezicht uitgebracht welke de publicatie ‘Camera’s in het publieke domein. Privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde’ (2004) zullen vervangen. In de Beleidsregels worden alle regels betreffende cameratoezicht uitgelicht. Dit leidt tot de vraag: Cameratoezicht, wat is toegestaan en wat niet?

Algemeen
In beginsel is de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) van toepassing op alle camerabeelden waarop personen herkenbaar in beeld worden gebracht of waarop ze identificeerbaar zijn. In de huidige technologische samenleving zal hiervan bij zo goed als alle camerabeelden sprake zijn. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen beelden die enkel live worden bekeken of beelden die daadwerkelijk worden opgeslagen.

Cameratoezicht is in het algemeen toegestaan door overheidsorganen ter goede vervulling van hun publiekrechtelijke taak of door private ondernemingen en particulieren ten aanzien van een gerechtvaardigd belang. Het gerechtvaardigde belang van een persoon of onderneming dient groter te zijn dan de privacy schending van de betrokkene en het doel ervan dient niet bereikbaar te zijn op een minder ingrijpende wijze. Daarnaast dienen camera’s enkel te worden ingezet gedurende een bepaalde periode en enkel op plaatsen waarvan het strikt noodzakelijk is.

Het gerechtvaardigde belang van particulieren en private organisaties bestaat met name uit de beveiliging van personen of goederen.

Informatieplicht
Indien er cameratoezicht plaatsvindt dient dit voor alle betrokkenen duidelijk te zijn. Daarnaast dient duidelijk te zijn wat de achterliggende doeleinden zijn en wie daarvoor verantwoordelijk is. De verantwoordelijke is in dit geval de persoon die over de inzet van het cameratoezicht beslist.
Niet nodig is dat precies wordt aangeven waar de camera’s zijn geïnstalleerd. Aanwijzing van het gebied waarin het plaatsvindt is hiervoor voldoende. Deze informatieplicht kan bijvoorbeeld worden voldaan door het ophangen van bordjes of door middel van het plaatsen van informatie op een website.

Bewaartermijn
Er wordt in de Wbp geen dwingende bewaartermijn genoemd. Wel wordt er een duidelijke indicatie gegeven van een maximale bewaartermijn van 4 weken. Indien een geconstateerd incident is afgehandeld en er geen noodzaak is voor het langer bewaren van de beelden dienen deze direct te worden vernietigd.

Geavanceerde camera’s
De Wbp maakt geen onderscheid tussen ‘slimme’ camera’s en normale camera’s. Het verschil tussen beide soorten camera’s en de bijbehorende softwaretechniek is enkel relevant voor de vraag of het cameratoezicht gerechtvaardigd is. De ene camera of softwaretechniek kan immers een grotere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maken dan de andere. Zo zullen camera’s met gezichtsdetectie of drones eerder een inbreuk maken op de privacy dan camera’s die pas aangaan op het moment dat ze geluid of beweging detecteren.

Internet
Het plaatsen van camerabeelden op internet is vaak disproportioneel vanwege het gebrek aan noodzaak en het onevenredig schaden van de belangen van betrokkenen. Dit komt met name doordat beelden op internet voor eenieder toegankelijk zijn. Het plaatsen van opnamemateriaal door particulieren op internet is enkel toegestaan indien alle personen op de beelden hiertoe voorafgaande toestemming hebben verleend.

Geheim cameratoezicht
Geheim cameratoezicht is in beginsel niet toegestaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Hiervan is sprake indien cameratoezicht noodzakelijk is in het belang van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten  en reeds eerder genomen maatregelen niet het benodigde effect hebben gehad.

Indien organisaties in het geheim opnames willen maken dienen zij hieraan voorafgaand een onderzoek aan te vragen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit onderzoek houdt in dat de rechtmatigheid van de voorgenomen verwerking wordt onderzocht. Pas na een positieve uitslag van dit onderzoek en een melding aan de Autoriteit Persoonsgegevens betreffende de start van het cameratoezicht mag er worden gestart met het maken van opnames.

Indien het een werkgever betreft die cameratoezicht instelt wegens (een redelijk vermoeden van) diefstal of fraude van een werknemer gelden de volgende voorwaarden:

  • “De werkgever moet alle werknemers in algemene termen vooraf informeren over de mogelijke inzet van heimelijk cameratoezicht in de toekomst.
  • Indien er een ondernemingsraad (OR) of personeelsvereniging is, dan moet deze ondernemingsraad of personeelsvereniging hebben ingestemd met een regeling tenaanzien van deze verwerking.
  • De werkgever moet de werknemers altijd achteraf informeren over het heimelijke cameratoezicht indien hij daartoe daadwerkelijk is overgegaan.”

Indien niet aan voorgenoemde voorwaarden is voldaan kan er op grond van het wetboek van Strafrecht aangifte worden gedaan bij de politie.

Zeer privacygevoelige ruimten
Cameratoezicht in een toilet, pashokje, kleedkamer, behandelruimte of saunacomplex is niet toegestaan. Dit vanwege de grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen en het feit dat een betrokkene in deze situaties redelijkerwijs mag verwachten onbespied te zijn. Daarnaast is in bijna alle gevallen een gebrek aan noodzakelijkheid aanwezig. Het doel waarvoor camera’s normaliter in deze omgeving worden ingezet, namelijk het voorkomen van (ongewenste) intimiteiten en beschermen van persoonlijke eigendommen, kan bijna altijd op een minder privacy schendende wijze worden bereikt. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het inzetten van meer controlerend personeel.  

Cameratoezicht op openbare plaatsen
Cameratoezicht op openbare plaatsen is op basis van de Gemeentewet in beginsel uitsluitend voorbehouden aan gemeenten in het belang van de handhaving van de openbare orde. Private organisaties zijn hiertoe slechts gerechtigd voor zover het in beeld brengen van deze delen van de openbare ruimte onvermijdelijk is ter beveiliging van personen en goederen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Deze  beperking ten aanzien van cameratoezicht op openbare ruimten geldt ook voor particulieren (HvJ EU 11 december 2014, C-212/13). Wel is het particulieren vrijelijk toegestaan privé camerabeelden te maken welke uitsluitend binnen de huiselijke kring blijven.

De burgemeester heeft op grond van de Gemeentewet de bevoegdheid om bij Algemeen Plaatselijke Verordening (hierna: APV) eisen te stellen aan cameratoezicht door private organisaties op de openbare ruimte ten aanzien van; de reikwijdte van het zicht, de wijze waarop betrokkenen over dit cameratoezicht worden geïnformeerd of om een voorafgaande informatieplicht richting zichzelf  op te leggen. Het is dan ook ten zeerste aan te bevelen om voorafgaand aan het plaatsen van cameratoezicht op (delen van) de openbare ruimte de APV te raadplegen.

Meer weten over privacy issues? Neem contact op met Natascha van Duuren, partner Technology, Data & Innovation, n.vanduuren@declercq.com, 071-5815308 of 06-54983766.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?