Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Franchisenemer vraagt tevergeefs schadevergoeding uit hoofde van verplichte inkoop

Jan-Willem Kolenbrander

8 februari 2016 - 2 minuten leestijd

Veel franchiseovereenkomsten bevatten een contractueel beding op grond waarvan de franchisenemer alleen goederen of diensten bij de franchisegever of bij een door de franchisegever aangewezen derde mag inkopen. Een dergelijke (exclusieve) inkoopverplichting verbiedt een franchisenemer dus om zelf te bepalen waar hij zijn goederen en diensten wil gaan inkopen.

Een inkoopverplichting kan noodzakelijk zijn om de uniformiteit en kwaliteit binnen de franchiseformule te handhaven. Ook kan schaalvergroting een argument zijn om een inkoopverplichting op te leggen aan de franchisenemers. Desalniettemin kan een inkoopverplichting aanleiding geven tot discussies tussen franchisegever en franchisenemer als laatstgenoemde van mening is dat de inkoopverplichting nadelig is voor hem.

Dergelijke materie speelde onder meer in een recente rechtszaak bij de rechtbank te Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2016:699 – lees het vonnis hier). Het betrof een franchisenemer / exploitant van een pompstation-formule die op grond van het contract verplicht was om alle door te verkopen brandstof in te kopen bij de franchisegever. Aldus de franchisenemer bracht de franchisegever stelselmatig zodanig hoge prijzen in rekening voor de geleverde brandstof dat deze niet in verhouding stonden tot de economische waarde. De franchisenemer vorderde bij de rechtbank om die reden een schadevergoeding.

Uit de door de franchisenemer overgelegde stukken bleek echter niet dat de opgelegde verkoopprijzen niet aan de hand van de landelijk geadviseerde pompprijzen waren berekend, zoals bepaald was in de franchiseovereenkomst. Ook had de franchisenemer naar de mening van de rechtbank niet inzichtelijk gemaakt dat hij zou zijn benadeeld door het prijsregime.

Hoewel zonder inzicht in het procesdossier geen definitieve conclusies kunnen worden getrokken over de aannemelijkheid van de standpunten van de franchisenemer in het kader van de verplichte inkoop, blijkt nog maar eens te meer dat het geen gemakkelijke taak is om tot de conclusie te kunnen komen dat een franchisegever in strijd handelt met een verplicht opgelegde inkoopverplichting.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?