Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Aanbestedingsrecht

Wanneer leidt een wezenlijke wijziging bij uitvoering van een aanbestede opdracht tot schadevergoeding?

Menno de Wijs

17 november 2015 - 2 minuten leestijd

Op 22 september jl. heeft het Gerechtshof Den Haag arrest gewezen over de vraag wanneer een verliezende inschrijver recht heeft op schadevergoeding na een wezenlijke wijziging van een – aan een ander – gegunde opdracht.

De Gemeente Leiden heeft op 12 december 2009 een meervoudige onderhandse aanbesteding uitgeschreven voor het leveren, plaatsen, beheren, onderhouden en exploiteren van reclamedisplays in de Gemeente Leiden. Op de aanbesteding hebben zes gegadigden ingeschreven. De gemeente Leiden heeft bij brief van 18 maart 2010 een voornemen tot gunning bekendgemaakt.

Ruim een jaar later constateerde één van de verliezende inschrijvers dat de uitvoering van de opdracht feitelijk afweek van de in de aanbesteding bekendgemaakte spelregels. De winnende inschrijver zou de opdracht mogen uitvoeren tegen gunstigere voorwaarden. Hiermee handelt de gemeente onrechtmatig, aldus de verliezende inschrijver. De verliezende inschrijver stelde zich op het standpunt dat – als zij dit had geweten ten tijde van de aanbesteding – zij een veel scherpere inschrijving had kunnen doen en de opdracht zou hebben gewonnen. Zij vordert daarom een bedrag van € 290.155,-.

Wanneer bestaat in dergelijke situaties nu recht op schadevergoeding? De verliezende inschrijver betoogt dat zij slechts behoeft aan te tonen dat er sprake is van een wezenlijke wijziging tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Het gerechtshof volgt deze redenering niet. Het gerechtshof oordeelt dat ‘uit het gelijkheidsbeginsel voortvloeit dat er tussen de aanbesteder en de winnende inschrijver geen overleg mag plaatsvinden dat leidt tot een zodanig wezenlijke wijziging van de inhoud van de opdracht dat de gegunde opdracht op voor de onderlinge vergelijking van de verrichte inschrijvingen wezenlijke punten niet meer overeenkomt met de aanbestede opdracht.’

De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de verliezende inschrijver niet inzichtelijk heeft gemaakt dat zij haar (zesde) positie in de rangorde zou hebben omgebogen in een winnende positie wanneer zij op de gewijzigde opdracht had kunnen inschrijven. Van de verliezende inschrijver wordt verwacht dat zij onderbouwt hoe zij daadwerkelijk een betere inschrijving had kunnen doen en zo de aanbesteding zou hebben gewonnen.

Kortom, geen schadevergoeding voor de verliezende inschrijver.

Per van der Kooi en Menno de Wijs, advocaten aanbestedingsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?