Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

VARwel voor de VAR

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

5 oktober 2015 - 2 minuten leestijd

Het komt in de praktijk vaak voor dat in een franchiseovereenkomst is opgenomen dat een franchisenemer verplicht is om een Verklaring Arbeids Relatie (VAR) te verschaffen aan de franchisegever.

Dit om te kunnen onderstrepen dat de betreffende franchisenemer een zelfstandig ondernemer is en er (dus) geen sprake is van fictief dienstverband tussen franchisegever en franchisenemer. Ondanks dat partijen een franchiseovereenkomst sluiten kan namelijk uit de feitelijke uitvoering van de overeenkomst volgen dat er toch sprake is van een fictief dienstverband. Als de Belastingdienst dit vaststelt, moet de franchisenemer beschouwd worden als een werknemer van de franchisegever met alle (fiscale) gevolgen van dien. Zie in dat kader bijvoorbeeld deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (zie hier) waarin wordt vastgesteld dat de franchisenemers van een autorijschool-franchiseformule een privaatrechtelijke dienstbetrekking hadden met hun franchisegever. Als gevolg hiervan krijgen partijen te maken met naheffingen van de Belastingdienst die behoorlijk kunnen oplopen.

Zoals het er nu uitziet, komt de VAR per 1 januari 2016 te vervallen en wordt de ”Wet deregulering arbeidsrelaties” ingevoerd. In plaats van de VAR kunnen franchisegevers en franchisenemers dan desgewenst op voorhand de te sluiten franchiseovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. De Belastingdienst zal dan beoordelen of de beoogde samenwerking een dienstbetrekking is of niet.

De Belastingdienst heeft al aangegeven dat zij op haar eigen website criteria zal publiceren die in haar visie van belang zijn om te kunnen beoordelen of er al dan geen sprake is van fictief dienstverband en al dan geen verplichting tot het afdragen van loonheffingen. Het is uiteraard verstandig om in ieder geval rekening te houden met deze criteria bij het opstellen van de franchiseovereenkomst, teneinde het risico op fictief dienstverband te verkleinen. De gevolgen daarvan kunnen immers aanzienlijk zijn voor partijen.

Daarnaast heeft de Belastingdienst aangekondigd dat zij op haar website modelovereenkomsten zal publiceren. Het gaat dan om sectorale of individuele overeenkomsten die met goedkeuring van de Belastingdienst tot stand zijn gekomen. Deze modellen kunnen worden gebruikt om tot een overeenkomst te komen die voldoet aan de criteria van de Belastingdienst.

Net zoals nu bij het verkrijgen van de VAR, biedt het oordeel van de Belastingdienst geen garanties. Zij kan namelijk na een (achteraf ingesteld) feitenonderzoek naar de uitvoering van de eerder aan haar voorgelegde overeenkomst alsnog tot het oordeel komen dat er wel degelijk sprake is van een fictief dienstverband. In dat geval kunnen partijen geconfronteerd worden met naheffingen, zoals ook nu het geval is. Het is en blijft dan ook van groot belang dat de feitelijke werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de gesloten overeenkomst, zoals deze door de Belastingdienst is goedgekeurd of conform een van de modellen van de Belastingdienst is opgesteld.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht en Renate Vink-Dijkstra, advocaat arbeidsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?