Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Beroep op dwaling en bedrog door franchisenemer strandt bij rechter

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

18 maart 2015 - 2 minuten leestijd

Met enige regelmaat worden vonnissen van prognosezaken gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. De kern van deze zaken is dat een franchisenemer zijn franchisegever verwijt dat de eerder door de franchisegever geprognosticeerde omzetten en resultaten niet op een juiste manier tot stand zijn gekomen en (veel) te rooskleurig zijn.

Blijkt achteraf inderdaad dat de franchisegever (te) rooskleurige prognoses heeft verstrekt dan kan de franchisegever aansprakelijk zijn voor de door de franchisenemer geleden schade.

Onlangs speelde bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant (lees het vonnis hier) een dergelijke kwestie. Een franchisenemer had een forse betalingsachterstand bij zijn franchisegever en aan franchisegever gelieerde vennootschappen. Omdat betaling ondanks – diverse sommaties – uitbleef, betrokken de franchisegever en de gelieerde vennootschappen de franchisenemer in rechte. In de procedure verweerde de franchisenemer zich, onder meer, door er op te wijzen dat de ten tijde van het tekenen van de (eerste) franchiseovereenkomst door de franchisegever verstrekte exploitatieprognoses en financiële cijfers niet deugden. De franchisenemer wilde dan ook dat de gesloten overeenkomsten werden vernietigd. De rechter gaat daar echter niet in mee, onder meer omdat de franchisenemer in de (eerste) periode 2008 – 2012 aanmerkelijk betere resultaten had behaald dan de prognoses voorspelden. Ook meent de rechter dat duidelijk uit de prognoses – dus op voorhand – blijkt dat er een bepaald ondernemersinkomen via de exploitatie kan worden behaald. Dat de franchisenemer – achteraf – van mening is dat dit ondernemersinkomen geen gezond inkomen is, kan de franchisegever niet worden tegengeworpen.

Wat opvalt aan deze uitspraak is dat er kennelijk sprake was van een tweetal afzonderlijke en opvolgende franchiseovereenkomsten. Enkel voorafgaand aan het tekenen van de eerste franchiseovereenkomst heeft de franchisegever prognoses verstrekt aan de franchisenemer. Ten tijde van het ondertekenen van de tweede franchiseovereenkomst door partijen zijn er (kennelijk) geen prognoses verstrekt. Dat houdt dus in dat een vernietiging op grond van dwaling (of bedrog) in principe alleen kan toezien op de eerste franchiseovereenkomst en niet op de tweede franchiseovereenkomst. Er dient immers een causaal verband te zijn tussen de verstrekte (onjuiste) gegevens van de ene partij en het sluiten van de overeenkomst door de andere partij. In het geval van de tweede franchiseovereenkomst blijkt niet dat de prognoses daarbij enige rol van betekenis hebben gespeeld. De vernietiging van de tweede franchiseovereenkomst was – afgezien van andere de overwegingen van de rechter – dan ook niet rechtens juist geweest in onderhavige kwestie.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?