Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Aanbestedingsrecht

Aanbestedende dienst mag zich niet op ongeldigheid inschrijving beroepen, andere inschrijver wel

IT, IE & Privacy

Natascha van Duuren

12 maart 2015 - 2 minuten leestijd

Het betreft in deze zaak (ECLI:NL:RBROT:2014:9450) een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure van EMC voor de sloop en sanering van vijf gebouwen. Hiervoor ontvangt EMC onder andere de inschrijvingen van eiseres en Oranje.

EMC heeft eiseres bericht dat haar inschrijving niet de economisch meest voordelige is. Hier is eiseres het niet mee eens, en na herbeoordeling blijkt de inschrijving van eiseres wel de economisch meest voordelige te zijn. EMC is echter van mening dat de inschrijving van eiseres ongeldig is, maar kan zich hier niet op beroepen doordat dit in de communicatie tussen EMC en eiseres niet als reden voor het niet gunnen aan Eisers is opgenomen. Oranje kan zich als belanghebbende wel beroepen op de ongeldigheid van de inschrijving van eiseres.

EMC heeft in de beslissing om niet aan eiseres te gunnen niets opgenomen over de mogelijke ongeldigheid van de inschrijving van eiseres. Uit vaste jurisprudentie (KPN/Staat – ECLI:NL:HR:2012:BW9233) volgt dat alle relevante redenen voor de gunning in de voorlopige gunningsbeslissing dienen te zijn opgenomen. Dit brengt met zich mee dat de relevante redenen voor een mogelijke afwijzing in de voorlopige gunningsbeslissing dienen te zijn opgegeven. De relevante redenen voor een latere afwijzing van de inschrijving liggen hiermee vast en kunnen in beginsel wel worden verduidelijkt, maar niet aangevuld.

De voorzieningenrechter stelt:

4.8. De voorzieningenrechter stelt vast dat EMC in haar brief d.d. 11 september 2014, waarin zij mededeelt dat de inschrijving van [eiseres] niet de economisch meest voordelige inschrijving is, met geen woord heeft gerept over de (eventuele) ongeldigheid van deze inschrijving. Met die brief zijn de relevante redenen voor de afwijzing van de inschrijving van [eiseres] als het ware “gefixeerd” en konden deze – in beginsel – niet meer worden aangevuld. Pas bij brief van 22 oktober 2014 is [eiseres] door EMC op de hoogte gesteld van het feit dat haar inschrijving – bij nader inzien – (alsnog) ongeldig zou zijn. EMC heeft naar voorlopig oordeel geen bijzondere redenen of omstandigheden gesteld, die rechtvaardigen dat de relevante redenen mochten worden aangevuld. Als uitgangspunt geldt dat een gunningsbeslissing aanstonds volledig moet zijn gemotiveerd. Er is niets op tegen dat de in de gunningsbeslissing vermelde redenen door de aanbestedende dienst later nader worden toegelicht, maar die mogelijkheid vindt haar begrenzing daar, waar in feite sprake is van het aanvoeren van nieuwe redenen.
Het betreft hier onmiskenbaar een nieuw argument dat niet eerder kenbaar is gemaakt.
Op basis van het voorgaande kan EMC zich jegens [eiseres] in beginsel niet (meer) op de ongeldigheid van de inschrijving van [eiseres] beroepen.

Het feit dat EMC zich als aanbestedende dienst niet kan beroepen op de ongeldigheid van de inschrijving van eiseres betekent niet dat er in casu aan een ongeldige inschrijving moet worden gegund. Oranje kan zich als belanghebbende wel beroepen op de ongeldigheid van de inschrijving van EMC. Immers verzet het gelijkheidsbeginsel zich ertegen dat een ongeldige inschrijving in aanmerking wordt genomen (zie HvJEU 22 juni 1993, C-243/89 (Storebaelt), r.o. 36 t/m 43).

Marijn Storm, advocaat aanbestedingsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?