Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
IT, IE & Privacy

Enkele vragen over de elektronische handtekening beantwoord

IT, IE & Privacy

Natascha van Duuren

8 november 2014 - 4 minuten leestijd

Nu elektronische communicatie (e-mail etc.) gemeengoed is geworden, worden overeenkomsten steeds vaker via elektronische weg gesloten. De wet bepaalt dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding, waarbij geldt dat in beginsel geen vormvereisten worden gesteld aan deze handelingen. Een overeenkomst kan dus schriftelijk, mondeling, via een gebaar (“handje klappen” op de markt), maar ook via e-mail worden gesloten.

Als echter ooit een dispuut ontstaat over het bestaan of de inhoud van een overeenkomst, dan is het een groot voordeel om een ondertekende overeenkomst te kunnen tonen aan een rechter. Dit is bewijstechnisch gezien uiteraard een stuk sterker dan de bewering: “Maar de wederpartij zei…”.

Maar hoe wordt een elektronische overeenkomst ondertekend? In deze blog worden een aantal vragen omtrent de elektronische handtekening behandeld.

Wat is een elektronische handtekening?

Een elektronische handtekening is een handtekening die bestaat uit elektronische gegevens die zijn vastgehecht aan een digitaal document.

De Europese wetgeving bevat zes vereisten voor een voldoende betrouwbare elektronische handtekening. In Nederland staan deze eisen gecodificeerd in artikel 3:15a lid 2 BW:

De handtekening wordt vermoed voldoende betrouwbaar te zijn indien:
– Zij op een unieke wijze aan de ondertekenaar is verbonden;
– Zij het mogelijk maakt de ondertekenaar te identificeren;
– Zij tot stand komt met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden;
– Zij op een zodanige wijze aan het elektronisch bestand waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf aan de hand van de gegevens kan worden opgespoord;
– Zij is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat als bedoeld in art. 1.1, onderdeel ss, van de Telecommunicatiewet;
– Zij is gegenereerd door een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen als bedoeld in art. 1.1, onderdeel vv, van de Telecommunicatiewet.

Grofweg worden drie soorten elektronische handtekeningen onderscheiden:

1. De gewone elektronische handtekening, zoals bijvoorbeeld een onder een e-mail geplakte gescande handtekening. De gewone elektronische handtekening voldoet slechts aan twee van de bovengenoemde wettelijke vereisten. Dit betekent praktisch dat indien de andere partij beweert dat de handtekening ‘vals’ is, door de ondertekenaar moet worden bewezen dat deze door haar is geplaatst. De gescande handtekening is makkelijk te vervalsen; aan de gescande handtekening komt dan ook minder bewijskracht toe.

2. De geavanceerde elektronische handtekening of de digitale handtekening. Deze handtekening maakt gebruik van wiskundige technieken om een unieke code aan een bericht te koppelen; deze code kan niet gebruikt worden bij een vervalst bericht. De handtekening moet aan de eerste vier voorwaarden van het hiervoor geciteerde art. 3:15a BW. Hoewel deze handtekening in veel situaties als een zeer betrouwbare handtekening wordt gezien, voldoet ook deze handtekening niet aan alle voornoemde wettelijke eisen.

3. De gekwalificeerde elektronische handtekening is in feite een geavanceerde elektronische handtekening, maar dan gecontroleerd met behulp van een certificaat. Deze certificaat wordt door een erkende certificatiedienstverlener uitgegeven. Een dergelijke certificatiedienstverlener moet door toezichthouder ACM (voorheen OPTA) worden erkend en ingeschreven. Alleen deze handtekening voldoet aan alle wettelijke eisen en is dan ook het meest betrouwbaar.

Heeft een document voorzien van elektronische handtekening, juridisch gezien, dezelfde waarde als een document met een handgeschreven handtekening?

Ja, in verreweg de meeste gevallen geldt dat een document voorzien van een elektronische handtekening exact dezelfde juridische waarde heeft als een document voorzien van een handgeschreven handtekening. Dit geldt overigens zowel in de Europese Unie als in de Verenigde Staten. Slechts indien de wet voorschrijft dat een handgeschreven handtekening verplicht is (bijvoorbeeld op notariële akten), is dit anders. De vraag naar de juridische waarde moet echter onderscheiden worden van de vraag naar de juridische bewijskracht. Voor de juridische waarde maakt het namelijk in beginsel geen verschil welke elektronische handtekening gebruikt wordt: alle drie de vormen zijn in veel gevallen rechtsgeldig. Echter, de drie soorten elektronische handtekeningen hebben een verschillende bewijskracht.

Aan welke eisen moet de elektronische handtekening voldoen om dezelfde juridische waarde te hebben als een handgeschreven handtekeningen? Is een zogenaamde “simple electronic signature” voldoende of is een zogenaamde “qualified signature” vereist?

Zoals hiervoor beschreven, geldt dat alleen een gekwalificeerde elektronische handtekening “100%” gelijkstaat aan een handgeschreven handtekening. Dit betekent concreet dat een rechter zal aannemen dat de handtekening “echt” is, tenzij de wederpartij kan bewijzen dat dit niet het geval is, hetgeen uiteraard zeer lastig te bewijzen is. Voor de gewone elektronische handtekening geldt vrijwel het tegenovergestelde: zodra de echtheid van een gescande handtekening in twijfel wordt getrokken, zal de ondertekenaar moeten bewijzen dat de handtekening desondanks echt is.

De geavanceerde elektronische handtekening zit qua bewijskracht tussen de gewone en gekwalificeerde handtekening in. De wet bepaalt in art. 3:15a lid 3 BW dat de geavanceerde handtekening “niet als onvoldoende betrouwbaar worden aangemerkt op de enkele grond” dat geen sprake is van een door een certificatiedienstverlener afgegeven gekwalificeerd certificaat, of dat de handtekening niet met een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen is aangemaakt (de laatste twee eisen van art. 3:15a BW).

Samenvattend, indien een andere partij de echtheid van een elektronische handtekening in twijfel trekt, zal:

– in geval van een gewone elektronische handtekening de rechter de bewijslast (en het bewijsrisico) bij de ondertekenaar leggen;
– in geval van een geavanceerde handtekening de rechter naar de argumenten van de andere partij kijken. Als het enige argument is dat geen sprake is van een gekwalificeerde handtekening, zal de rechter in beginsel aannemen dat de handtekening echt is en de bewijslast bij de andere partij leggen. Als de andere partij echter concrete, aanvullende argumenten heeft waarom de handtekening vals zou zijn, dan legt de rechter de bewijslast in beginsel bij de ondertekende partij.
– in geval van een gekwalificeerde handtekening de andere partij moeten bewijzen dat de handtekening niet echt is.

In antwoord op de vraag kan dan ook opgemerkt worden dat een gekwalificeerde handtekening “beter” is, maar in beginsel niet vereist. Per situatie kan door de ondertekenaar beoordeeld worden welke mate van veiligheid en bewijskracht gewenst is.

Zie ook de Advocatenwijzer voor dit artikel. 

Voor vragen naar aanleiding van dit weblog, kunt u contact opnemen met Marijn Storm (advocaat Tech, Data & Innovation)

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?