Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

De vereniging van franchisenemers: een nuttig instrument

Jan-Willem Kolenbrander

3 november 2014 - 3 minuten leestijd

In een recent rapport van het ING Economische Bureau (‘Krachtenbundeling franchisenemers sleutel tot succes’ – lees het volledige rapport hier) wordt, onder meer, aandacht besteed aan de vereniging van franchisenemers binnen een franchiseformule.

Terecht, want een dergelijke vereniging kan een nuttige functie vervullen binnen een franchiseformule. Aldus het rapport is het concept van de vereniging van franchisenemers kennelijk een typisch Nederlands fenomeen dat verwant is aan het poldermodel.

De vereniging van franchisenemers is een rechtspersoon. Dat houdt in dat het een juridische entiteit is die bevoegd is om ook (rechts)handelingen te verrichten. Welke (rechts)handelingen dat precies zijn, hangt onder meer af van de wijze waarop de vereniging is opgericht. Is de vereniging opgericht door middel van een notariële akte, dan wel worden de statuten later in een notariële akte opgenomen, dan heeft de vereniging volledige (rechts)bevoegdheid. Wordt de vereniging niet opgericht bij notariële akte, dan is er sprake van een vereniging met beperkte (rechts)bevoegdheid.

Het voornaamste doel van een vereniging van franchisenemers is het behartigen van de belangen van haar leden. Dat zijn in dit geval de belangen van de franchisenemers. Iemand mag alleen lid worden als men ook franchisenemer is van de formule. Dit ook om te voorkomen dat externen zich toegang zouden verschaffen tot de vereniging en kennis nemen van bedrijfsgevoelige informatie omtrent de formule.

Een vereniging van franchisenemers kan diverse taken hebben. Zo kan de vereniging zorgdragen voor een duidelijke en transparante overlegstructuur tussen de franchisegever en de franchisenemers, alsmede de franchisenemers onderling. Als de formule omvangrijker wordt qua aantal franchisenemers, dan wordt het op enig moment lastiger voor de franchisegever om nog laagdrempelig met haar franchisenemers te communiceren en haar beleid af te stemmen. De vereniging kan dan de gesprekpartner worden van franchisegever in de wetenschap dat de vereniging de spreekbuis van de franchisenemers is. Ook kan de franchisegever via de vereniging monitoren of de sfeer onder de franchisenemers nog goed is. De vereniging stelt franchisenemers verder in staat om vragen te stellen aan de franchisegever – of opmerkingen te plaatsen – over bijvoorbeeld diens beleid. Door regelmatig verenigingsbijeenkomsten bij te wonen, weten de franchisenemers ook van elkaar wat er speelt. Hierdoor kan voorkomen worden dat onjuistheden of halve waarheden een eigen leven gaan leiden binnen een franchise formule, hetgeen mogelijk voor onnodige onrust zorgt. Idealiter wordt ook de band tussen de franchisenemers onderling versterkt.

Het aanspreekpunt van de franchisegever binnen de vereniging is doorgaans het bestuur van de vereniging. Deze wordt in beginsel uit de leden van de vereniging gekozen. Het voordeel van een vereniging ten opzichte van, bijvoorbeeld, een informele franchiseraad is dat de franchisegever weet dat het bestuur van de vereniging mandaat heeft om de vereniging en haar leden te vertegenwoordigen. Dat maakt dat de vereniging een laagdrempeligere gesprekspartner kan zijn voor de franchisegever dan alle franchisenemers afzonderlijk. Een verplichting in de franchiseovereenkomst voor de franchisenemer om lid te worden van de vereniging komt dan ook vaak voor om te voorkomen dat afzonderlijke franchisenemers zich de facto afsluiten voor hetgeen er gebeurt in de formule.

Een reden waarom een franchisegever mogelijk met argusogen tegen de oprichting van een vereniging van franchisenemers aankijkt, is het (niet ondenkbare) risico dat, in het geval van een geschil tussen franchisegever en franchisenemers, het gemakkelijker is voor de franchisenemers om één front te vormen tegen de franchisegever via de vereniging. Zoals gezegd, is een vereniging een rechtspersoon die, indien nodig, ook namens haar leden (rechts)maatregelen kan treffen jegens de franchisegever, zoals ook blijkt uit deze recente rechtszaak. Daar staat echter tegenover dat een deugdelijk bestuurde vereniging ook juist de-escalerend kan werken en op die manier een stabiele factor vormt binnen de formule. Bij franchise formules van een bepaalde omvang is een vereniging dan ook zeker het overwegen waard. Van belang is dan wel dat de statuten van de vereniging en de contractuele bepalingen in de franchiseovereenkomst deugdelijk op elkaar zijn afgestemd.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchise recht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?