Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

(Toch) geen extra aanmaning vereist voor verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten door consument

Per van der Kooi

25 augustus 2014 - 2 minuten leestijd

Op 1 november 2013 zijn (nieuwe) aanbevelingen van kracht geworden voor de toewijzing van de zogenaamde buitengerechtelijke kosten, kosten die partijen voorafgaand aan een procedure hebben gemaakt om bijvoorbeeld een vordering te incasseren. Een van die aanbevelingen was dat de schuldeiser de schuldenaar na de verplichte wettelijke aanmaning (de ingebrekestelling) nog eenmaal moest aanmanen.

Dat kwam voort uit een regeling die in juli 2012 tot stand was gekomen, waarmee werd beoogd duidelijkheid te bieden over de hoogte van die buitengerechtelijke kosten. Die werden sindsdien vastgesteld op een percentage van de verschuldigde hoofdsom. Dat schiep rechtszekerheid. Voor de toekenning van buitengerechtelijke kosten moesten wel daadwerkelijk incassohandelingen te worden verricht en kosten zijn gemaakt, maar niet was relevant welke handelingen en in welke omvang die werden verricht.

Ten aanzien van een consument-schuldenaar is wettelijk voorgeschreven dat de schuldeiser hem eerst nog een brief moet sturen waarin de schuldenaar tot betaling binnen 14 dagen werd aangemaand. Deze brief wordt daarom ook wel de veertiendagenbrief genoemd. De consument mag niet worden overvallen door het verschuldigd worden van incassokosten, zo is het idee. Als de schuldenaar binnen 14 dagen na de aanmaning de vordering alsnog voldoet, laat de wet niet toe dat er incassokosten in rekening worden gebracht.

In de aanbevelingen van november 2013 is op grond hiervan opgenomen dat een consument-schuldeiser pas buitengerechtelijke kosten verschuldigd is indien hij de veertiendagenbrief heeft ontvangen én na het verstrijken van die termijn nog minimaal één incassohandeling is verricht.

Bij de totstandkoming van deze aanbevelingen zijn verschillende geledingen binnen de rechterlijke macht betrokken geweest, maar kennelijk niet de Hoge Raad. Die heeft namelijk in een arrest van 13 juni 2014 [deeplink; ECLI:NL:HR:2014:1405] aangegeven dat de veertiendagenbrief naar zijn aard ook zelf een incassohandeling is. Indien de consument-schuldenaar de vordering niet binnen 14 dagen voldoet is hij de buitengerechtelijke kosten verschuldigd. Daartoe zijn geen nadere incassohandelingen van de zijde van de schuldeiser vereist.

Het landelijk overleg van rechters heeft deze maand laten weten dat de aanbevelingen uit november 2013 naar aanleiding van dit arrest zullen worden aangepast.

Per van der Kooi

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?