Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Buitenlands recht en buitenlandse rechter van toepassing? Oppassen!

Jan-Willem Kolenbrander

9 juli 2014 - 1

In een eerdere column (zie hier) was reeds aandacht besteed aan een kwestie waarbij partijen hadden afgesproken dat het recht van het land Liechtenstein van toepassing was op de franchiseovereenkomst. Ook hadden partijen afgesproken dat, in het geval van een juridisch geschil, niet de Nederlandse civiele rechter bevoegd was, maar een arbiter in New York.

Toen de franchisenemer een geschil aanhangig wilde maken bij een Nederlandse rechtbank beriep de franchisegever zich dan ook op het arbitrage beding en verklaarde de rechter zich vervolgens onbevoegd.

Het gerechtshof te Amsterdam heeft onlangs in hoger beroep geoordeeld (lees het arrest hier) dat het arbitrage beding naar Liechtensteins recht kennelijk niet toelaatbaar is, omdat het de rechten van de franchisenemer onredelijk beperkt. Op grond daarvan kan de franchisegever in de visie van het hof geen beroep doen op dit beding. De Nederlandse rechter blijkt op dit moment alsnog bevoegd om kennis te nemen van het geschil.

Deze uitkomst bespaart de betreffende franchisenemer vooralsnog een reis naar New York. Wordt de balans echter opgemaakt, dan is het duidelijk dat er al jaren tussen partijen is geprocedeerd enkel om vast te stellen welke rechter of arbiter al dan niet bevoegd zou zijn om het juridische probleem tussen de franchisegever en de franchisenemer op te pakken. Pas vanaf nu kunnen partijen een inhoudelijk debat gaan voeren over de zaak. Een debat naar Liechtensteins recht wel te verstaan, zodat partijen beiden een advocaat dienen in te schakelen met kennis van dit recht. Het blijft voor partijen met een smalle beurs dus oppassen voor overeenkomsten met een keuze voor buitenlands recht of een buitenlandse rechter of arbiter.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?