Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Aanbestedingsrecht

Gelijkheidsbeginsel gaat boven vertrouwensbeginsel

Per van der Kooi

8 juli 2014 - 2 minuten leestijd

mvb2012-01-31-3068Rijkswaterstaat (RWS) heeft een Europese aanbesteding aangekondigd voor het stabiliseren en vastleggen van ontgrondingen bij de Oosterscheldekering. RWS heeft een van de inschrijvers per e-mail laten weten dat het inschrijvingsbiljet ontbreekt. Daarbij heeft RWS aangegeven dat het ontbreken van het inschrijvingsbiljet normaliter niet kan worden hersteld maar dat er in dit geval goede gronden zijn om dat toch te doen.

Waar een inschrijvingsbiljet normaliter het ‘hart’ van de aanbesteding vormt, is het inschrijvingsformulier in het onderhavige geval meer administratief van aard. Omdat het alsnog indienen van het ontbrekende document de gelijke kansen van de inschrijvers niet beïnvloedt, is herstel toegestaan, aldus RWS.

Inschrijver heeft het ontbrekende document ingediend. RWS laat vervolgens weten dat de inschrijving toch ongeldig is omdat het inschrijvingsbiljet ontbrak. Op grond van het transparantie- en gelijkheidsbeginsel diende RWS zich strikt te houden aan de algemeen geldende regel dat het inschrijvingsbiljet op straffe van uitsluiting bij de inschrijving diende te zijn gevoegd. Hoewel eerder was gemeld dat dit gebrek kon worden hersteld, acht RWS de formele gronden tegen het achteraf alsnog indienen van het inschrijvingsbiljet zwaarwegender.

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inschrijving wegens het ontbreken van het inschrijvingsbiljet in beginsel ongeldig is. De vraag is dan of het gebrek in de inschrijving alsnog kan worden hersteld. Uitgangspunt is dat een aanbestedende dienst moet uitgaan van de inschrijvingen zoals die bij het sluiten van de inschrijvingstermijn zijn ontvangen. De beginselen van gelijke behandeling ne transparantie verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving naderhand nog wijzigt of aanvult.

Dat wordt niet anders nu RWS inschrijver alsnog in de gelegenheid heeft gesteld het inschrijvingsbiljet in te dienen en daarmee het vertrouwen heeft gewekt dat de inschrijving niet om deze reden ongeldig zou worden verklaard. Het in het aanbestedingsrecht geldende gelijkheidsbeginsel prevaleert boven het vertrouwensbeginsel.

Per van der Kooi en Menno de Wijs, advocaten aanbestedingsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?