Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Grondeigenaar en eigenaar vakantiewoning worden weer het bos ingestuurd

22 juni 2014 - 2 minuten leestijd

Sinds geruime tijd is er veel te doen rondom eigendoms- en schadevergoedingsvraagstukken met betrekking tot vakantiewoningen. Op vakantieparken wordt veelal het volgende systeem gehanteerd. De particulier huurt een stuk grond. Op de deze gehuurde grond kan de particulier vervolgens een vakantiewoning plaatsen.

Voor het gebruik van de grond wordt een standplaatsovereenkomst (huurovereenkomst) gesloten. De vakantiewoning wordt door de particulier aangekocht of zelf gebouwd. Op de huurovereenkomst worden veelal de Recron voorwaarden van toepassing verklaard.

De vraag dient zich aan wat er gebeurt als de huur voor de grond wordt opgezegd. Welke vergoeding dient te worden betaald voor de niet verplaatsbare vakantiewoning? De Recron voorwaarden voorzien in een regeling maar onduidelijk is of deze regeling naast verplaatsbare kampeermiddelen ook betrekking heeft op niet verplaatsbare kampeermiddelen. Hof Den Haag oordeelt dat de particulier hoe dan ook terug valt op de wettelijke regeling over (de opzegging van) duurovereenkomsten. Het hof oordeelt in dat kader dat de Recron voorwaarden voor de huurders (wat dit punt betreft) hoe dan ook onredelijk bezwarend zijn zodat het beding, als het al op niet verplaatsbare kampeermiddelen van toepassing zou zijn, vernietigd kan worden.

De wet moet dus de oplossing geven voor het schadevergoedingsvraagstuk. Maar ook de wet geeft geen concreet antwoord op de vraag hoeveel schadevergoeding moet worden betaald als de huur van de grond wordt opgezegd. De wet verwijst naar de redelijkheid en billijkheid en de omstandigheden van het geval.

Het hof komt uiteindelijk tot de conclusie dat opzegging mogelijk is als sprake is van een voldoende zwaarwegend belang (zoals herstructeringsplannen) en betaling van een redelijke vergoeding wordt aangeboden.

In casu oordeelt het hof dat de eigenaar van het park bij de huuropzegging niet ook een aanbod tot een redelijke vergoeding had gedaan. Als gevolg hiervan zijn de huuropzeggingen volgens het hof niet rechtsgeldig.

Partijen worden vervolgens het bos weer ingestuurd met de vraag wat een redelijke vergoeding is.

Een gemiste kans? Het hof had (in deze procedure) mijns inziens geen mogelijkheid om hierover meer duidelijkheid te geven. Toch is het jammer dat aan de eindeloze discussies over de schadeloosstelling bij dergelijke huuropzeggingen geen eind is gekomen.

Wat mij betreft vormt dit reden om de Recron op te roepen om samen met de consumentenbelangenbehartigers te werken aan een (procedure)regeling die duidelijkheid geeft op welke wijze de vergoeding moet worden vastgesteld.

Annegien van Rijsewijk, advocaat vastgoedrecht

Heeft u vragen over bovenstaand artikel, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Vastgoed, Overheid & Notariaat 

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?