Deze franchisenemer had voor een klant bepaalde stukken opgestuurd naar een bancaire instelling teneinde een hypotheek te verkrijgen. Naar later echter was gebleken, was het aanvraagformulier niet ondertekend door de klant zelf, maar door de franchisenemer zonder dat hij de bank daarop duidelijk had gewezen.
Omdat het op die wijze ondertekenen van dergelijke stukken wettelijk niet was toegestaan, riep de franchisegever direct de meest verregaande sanctie in, te weten de beëindiging van de samenwerking. De franchisenemer ging hiermee echter niet akkoord en vorderde bij de rechter dat de beëindiging alsnog ongedaan zou worden gemaakt. Dit bleek echter tevergeefs: de rechter was van mening dat er sprake was van een dermate zwaarwegende omstandigheid dat de franchisegever op terechte gronden de samenwerking had beëindigd.

De franchisenemer ging echter in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden. Uit het arrest (lees hier) blijkt echter dat het gerechtshof, net als de rechter in eerste aanleg, van mening is dat het zelf ondertekenen van een dergelijk stuk te kwalificeren is als fraude en om die reden een onherstelbare breuk oplevert tussen franchisegever en franchisenemer.

Deze uitspraak is uiteraard van belang voor franchisenemers die een franchise exploiteren waarbij controlerende wetgeving betrokken is. Daarbij dient niet alleen gedacht te worden aan de financiële branche, zoals in voornoemde situatie het geval was, maar ook aan bijvoorbeeld de food-branche. Daar zijn immers ook diverse regels en reguleringen van toepassing die er voor moeten zorgen dat consumenten voedsel krijgen geserveerd dat veilig is. Een franchisenemer moet zich in dat kader dan ook goed bewust zijn dat het nalaten om aan dergelijke regels en reguleringen te voldoen reden kan zijn voor een voortijdige beëindiging van de samenwerking.

Vragen?

Heeft u vragen over franchiserecht, neemt u dan contact op met Menno de Wijs,