Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Aanbestedingsrecht

Aanbesteden: lust of last?

Henriëtte van Baalen

15 mei 2014 - 2 minuten leestijd

De overheid koopt graag diensten en producten in via aanbesteding. Vaak heeft ze geen keus en moet ze gewoon. De Europese en nationale regels eisen het. Aanbesteding heeft het grote voordeel dat iedereen in principe gelijke kansen heeft om de opdracht te krijgen: van een closed shop is geen sprake. Van Stockholm tot Sicilië: we mogen allemaal meedoen.

De werkelijkheid is een stuk minder sprookjesachtig.

In de NRC van 12 mei deed architect Diederik Fokkema zijn beklag hoe zwaar aanbestedingen op zijn beroepsgroep drukken: de overheid stelt vaak absurd hoge eisen, kandidaat-architectenbureaus moeten al hun bijzondere ideeën bij voorbaat prijsgeven en grote voorinvesteringen doen om hun ontwerp op te tuigen, ondertussen prijzen ze elkaar de markt uit door voor onverantwoord lage bedragen in te schrijven. Het is een patroon dat in vele branches terugkeert. Bouwbedrijven die grote infrastructurele projecten proberen binnen te slepen moeten vaak miljoenen in een aanbesteding investeren, zonder enige garantie dat het tot iets leidt. Alleen grote consortia kunnen dat nog aan. Meer kansen, maar gepaard met heel veel lasten. Het komt tot ergernis van de overheid zelfs regelmatig voor dat belangrijke kanshebbers weigeren om in te schrijven. De kleintjes doen sowieso niet mee.

Het aanbestedingssysteem zoals we dat nu kennen is een onaanvaardbare vorm van roofbouw en moet op de helling. Terugkeren naar de goede oude tijd van marktverdelingsafspraken en vriendjespolitiek is natuurlijk geen optie. Maar hoe dan? Fokkema stelt voor de factor prijs minder zwaar te laten wegen en sterker op kwaliteit te selecteren, en dat is inderdaad een goed begin. Het kan nog veel verder gaan: prijsdumping tegengaan door voor onrealistisch laag geprijsde aanbiedingen strafpunten in de weging toe te kennen; en laat om te beginnen de aanbestedende dienst standaard een vergoeding voor de verrichte inspanningen betalen, die gerelateerd is aan de mate van gedetailleerdheid van het programma van eisen: hoe meer er van de kandidaat-opdrachtnemer verwacht wordt, hoe preciezer de aanbestedende de dienst het proces, de richting en de output wil beheersen en sturen, des te meer moet de overheid zich dat laten kosten. Voor wat hoort wat, dat is fair.

Een fundamentele herziening van het systeem van aanbesteding is noodzakelijk maar alleen mogelijk wanneer de discussie ook in Brussel wordt gevoerd. Dat is geen onrealistische verwachting, want in andere EU-staten zijn de verzuchtingen niet minder luid. Met een goed alternatief voor het huidige systeem valt veel te bereiken. Het is zaak dit te ontwikkelen voordat het systeem definitief vastloopt.

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?