Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Handhaving tegen verloedering van woningen op historische buitenplaats

Arjen van Rijn

8 april 2014 - 2 minuten leestijd

De vraag welke objecten onder de beschermende werking van een aangewezen rijksmonument vallen, blijft opkomen in procedures. Wellicht tegen beter weten in, omdat men nu eenmaal alles uit kast wil halen om bepaalde objecten in stand te houden. Zo ook in de zaak die leidde tot de tussenuitspraak in hoger beroep van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 2 april 2014, nr. 201306314/1/A1.

Appellant vroeg de gemeente Gulpen-Wittem om handhavend op te treden tegen de verloedering van bepaalde percelen op de historische buitenplaats kasteel Neubourg. Op deze percelen staan door onkruid overwoekerde leegstaande woningen. Om handhavend op te kunnen treden dient er wel een overtreden norm te worden vastgesteld.

De eerste norm die appellant geschonden acht, houdt verband met de beschermende werking van een monumentenstatus. In de Monumentenwet 1988 is geen onderhoudsverplichting is opgenomen, maar een monument zodanig laten verloederen dat het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht is volgens jurisprudentie wel in strijd met de vergunningplicht neergelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

De ABRvS komt echter niet tot toetsing aan deze norm. Zij volgt namelijk niet de stelling van appellant dat nu de gehele buitenplaats als monument is aangewezen, alle zich daarop bevindende bebouwingen onder de monumentenstatus vallen. Met verwijzing naar haar eerdere uitspraken, nrs. 201205158/1/A2 en 20120876/1/A2, had de rechtbank volgende de ABRvS terecht overwogen dat niet het kadastrale perceel de grondslag is voor de bescherming van wat zich daarop bevindt, maar dat slechts beschermd is datgene wat als bouwkundige en functionele onlosmakelijke eenheid is genoemd in de redengevende omschrijving. Nu de verloederde woningen niet expliciet genoemd worden in de redengevende omschrijving, is de gemeente niet gehouden tot handhaving over te gaan.

Het doel van appellant is hierdoor nog niet helemaal onbereikbaar. De ABRvS heeft wel vastgesteld dat de gemeente ten onrechte niet getoetst heeft aan het Bouwbesluit 2012. Dit besluit bevat ook bepalingen die normen stellen aan de staat van een bouwwerk, open erf en terrein; voornamelijk dat deze geen gevaar of hinder mag opleveren. De ABRvS past in deze procedure de zogenaamde bestuurlijke lus toe. De gemeente krijgt daardoor de kans om haar beslissing op bezwaar opnieuw te motiveren, waarbij zij dus nu wél dient te toetsen aan deze normen uit het Bouwbesluit 2012.

Simon Olierook, advocaat bestuursrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?