Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Ondernemingsrecht

Cursusovereenkomst is overeenkomst van opdracht

Sacha Krekel

27 februari 2014 - 2 minuten leestijd

In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2014:326) was de kwalificatie van een ‘cursusovereenkomst’ aan de orde. Het betreft een vervolg op het (tussen)arrest van 6 november 2012 (ECLI:NL:GHARN:2012:BY2314)

Het hof merkt de ‘cursusovereenkomst’ aan als een overeenkomst van opdracht. De overeenkomst van opdracht is een benoemde overeenkomst waarop de wettelijke bepalingen uit art. 7:400 e.v. BW van toepassing zijn. Van enkele van deze regels kan contractueel niet worden afgeweken, het betreft hierbij met name situaties waarbij de opdrachtgever een particulier is.

Een opdrachtgever kan een overeenkomst van opdracht te allen tijde opzeggen, tenzij anders is overeengekomen. Doet de situatie van tussentijdse opzegging zich voor, dan heeft de opdrachtnemer recht op een ‘naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon’. Eventuele besparingen voortvloeiend uit de voortijdige beëindiging, dienen hierop in mindering te worden gebracht.

In het onderhavige geval werd een cursusovereenkomst in een vroeg stadium door de cursist (opdrachtgever) opgezegd. De cursusorganisator stelde recht te hebben op betaling van het volledige cursusgeld en verwees daarvoor naar haar algemene voorwaarden. In deze algemene voorwaarden was opgenomen dat de inschrijving voor een cursus voor de duur van de gehele cursus gold, en voorts dat een cursist in geval van annulering na aanvang van de cursus het volledige cursusgeld was verschuldigd. Betaling van het volledige cursusgeld komt in feite neer op een schadevergoeding.

De wet bepaalt dat een natuurlijke persoon die een opdracht heeft verstrekt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ter zake van een opzegging geen schadevergoeding is verschuldigd. Van deze wettelijke bepaling kan niet worden afgeweken. Het hof merkte de bepaling uit de algemene voorwaarden van de cursusorganisator als strijdig aan met de wet en achtte de bepaling uit de algemene voorwaarden vernietigbaar. Dit laat onverlet dat de cursusorganisator recht heeft op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon, minus eventuele besparingen. De bewijslast rust op de cursusorganisator. Het arrest van het hof leert ons dat het niet altijd eenvoudig is dergelijk bewijs te leveren.

Beter is het een dergelijke situatie te voorkomen. Als organisator van cursussen, opleidingen of workshops voor particulieren, doet men er goed aan een op maat toegesneden annuleringsregeling in de algemene voorwaarden op te nemen. Door bijvoorbeeld een staffel op te nemen, waarbij wordt aangeknoopt bij de kosten die reeds zijn gemaakt en waarbij rekening wordt gehouden met een zekere besparing in geval van voortijdige beëindiging, kan worden onderbouwd dat geen sprake is van een (ontoelaatbare) schadevergoeding maar van een redelijk deel van het verschuldigde loon. Een uitgebalanceerde regeling voorkomt dat achteraf geen beroep kan worden gedaan op een bepaling uit de algemene voorwaarden.

Marjolein van Ravenzwaaij-Mars, advocaat ondernemingsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?