Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Einde franchiseovereenkomst? Hou die agenda’s in de gaten!

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

21 februari 2014 - 2 minuten leestijd

Een franchiseovereenkomst wordt doorgaans afgesloten voor een bepaalde duur, bijvoorbeeld voor een periode van vijf jaren. Naar gelang de verdere inhoud van de franchiseovereenkomst zijn er feitelijk twee (hoofd)routes te benoemen van wat er na deze periode gebeurt.

Zo kunnen partijen afspreken dat de franchiseovereenkomst na deze periode van rechtswege (= automatisch) komt te eindigen. Voor partijen betekent dit dat zij ruim voor het einde van de looptijd met elkaar in onderhandeling moeten treden om over de inhoud van een nieuwe overeenkomst te onderhandelen.

Partijen kunnen echter ook met elkaar afspreken dat de franchiseovereenkomst automatisch wordt verlengd met een nieuwe opvolgende termijn, tenzij één van partijen enkele maanden voor het einde van de looptijd schriftelijk te kennen geeft dat hij de overeenkomst wil beëindigen per einde looptijd. Wordt er (tijdig) opgezegd, dan zal de overeenkomst komen te eindigen. Wordt er niet (tijdig) opgezegd dan wordt de overeenkomst dus verlengd. Een partij die voornemens is om de samenwerking te beëindigen, zal zijn agenda dan ook goed in de gaten moeten houden.

In een recente kwestie bij de rechtbank te Den Haag (lees het volledige vonnis hier) ging het over de wijze waarop een franchiseovereenkomst was komen te eindigen. In de overeenkomst was bepaald dat deze van rechtswege zou komen te eindigen bij einde looptijd, tenzij partijen voor het einde een verlenging overeen zouden komen. Ruim voor het einde van de looptijd van de overeenkomst gaf de franchisegever echter aan haar twijfels te hebben over een verlenging, maar zij gaf de franchisenemer nog wel de gelegenheid om zichzelf te bewijzen onder andere via een assessment. Daarbij verstrekte de franchisegever aan de franchisenemer een concept van de nieuwe franchiseovereenkomst die zou moeten gelden voor de opvolgende samenwerking.

Om een lang verhaal kort te maken: de franchisenemer bewees zich in de visie van franchisegever onvoldoende en de franchisenemer wilde kennelijk ook de nieuwe franchiseovereenkomst niet ondertekenen. Dat was reden voor de franchisegever om definitief aan de franchisenemer te melden dat zij niet voornemens was om de samenwerking te continueren. De franchisenemer kon zich hiermee echter niet verenigen en begon bovengenoemde procedure waarbij hij schadevergoeding eiste voor de schade ten gevolge van de abrupte beëindiging. De rechter was echter van mening dat er geen aanknopingspunten waren om de franchisegever aansprakelijk te houden voor het feit dat er geen nieuwe samenwerking tot stand was gekomen. Verder oordeelde de rechter dat de franchisenemer er zelf voor had gekozen om de nieuwe franchiseovereenkomst niet te ondertekenen.

Voorgaande toont te meer aan dat het dus van belang is om een duidelijke beëindigingsregeling in de franchiseovereenkomst op te nemen waarbij op voorhand de voor- en nadelen tegen elkaar worden afgewogen. Is er éénmaal gekozen voor een bepaalde wijze van beëindiging, dan zal er met een strakke agenda gewerkt moeten worden door partijen teneinde te voorkomen dat (ongewild) bepaalde termijnen verlopen. De gevolgen daarvan kunnen immers uiterst ongewenst zijn.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?