Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Archeologische dubbelbestemming in bestemmingplan

Arjen van Rijn

9 januari 2014 - 2 minuten leestijd

Het komt nog wel eens voor dat belanghebbenden het niet eens zijn met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ in een nieuw vastgesteld bestemmingsplan. Belanghebbenden, vaak agrariërs, voeren dan aan dat zij hierdoor belemmerd worden in hun bedrijfsmatige gebruiksmogelijkheden.

Deze dubbelbestemming betekent namelijk in de meeste gevallen (onder meer) een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm.

In de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) hierover zijn dan altijd een aantal standaardformuleringen terug te vinden in de overwegingen. Zo wijst de ABRvS ten eerste op artikel 38a Monumentenwet 1988 waarin de gemeenteraad verplicht wordt om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.

Daarna wijst zij op haar eerdere uitspraak van 9 december 2009 in zaak nr. 200801932/1/R1 waarin de ABRvS eerder heeft overwogen dat de gemeenteraad zich voldoende moet informeren omtrent de archeologische situatie in een bepaald gebied alvorens bij bestemmingsplan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concretere regels voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld.

De ABRvS stelt vervolgens dat het onderzoek dat nodig is voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 38a van de Monumentenwet 1988 (Kamerstukken II 2003/04, 29259, nr. 3, blz. 46) kan bestaan uit het raadplegen van beschikbaar kaartmateriaal, maar wanneer het beschikbare kaartmateriaal ontoereikend is, plaatselijk bodemonderzoek in de vorm van proefboringen, proefsleuven of anderszins nodig zal zijn.

Vaak falen de betogen van de appellanten die in beroep zijn gegaan tegen het bestemmingsplan. De archeologische dubbelbestemmingen zijn dan gebaseerd op accurate archeologische verwachtingskaarten waardoor de gemeenteraad in redelijkheid de grond op deze wijze heeft kunnen bestemmen. Een enkele keer slaagt het beroep wel, zoals in de uitspraak van 2 oktober 2013 in zaak nr. 201300554/1/R3. In dit geval was de archeologische verwachtingskaart niet gebaseerd op alle beschikbare en relevante gegevens, waardoor de gemeenteraad de beslissing om een archeologische dubbelbestemming op te nemen niet met de vereiste zorgvuldigheid had voorbereid.

Zie verder: ABRvS 10 juli 2013, 201110578/1/R3; ABRvS 17 juli 2013, 201206446/1/R2; ABRvS 25 september 2013, 201207115/1/R1; ABRvS 11 december 2013, 201201006/1/R3.

Simon Olierook, advocaat bestuursrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?