Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Beroep op vergoeding leegstandsschade in faillissement huurder

Vastgoed, Overheid & Notariaat

Janbert Heemstra

6 december 2013 - 1

Als de huurder failliet gaat, kunnen zowel de verhuurder als de curator de huurovereenkomst opzeggen op grond van artikel 39 van de Faillissementswet. In de huurovereenkomst staat vaak dat de huurder aan de verhuurder de schade moet betalen die als gevolg van de opzegging voor de verhuurder zijn ontstaan (denk aan gemis toekomstige huuropbrengsten, de zgn. “leegstandsschade”).

Op grond van eerdere rechtspraak kon de opzeggende verhuurder diens aanspraak tot vergoeding van de niet bij de curator van de huurder indienen (HR 14 januari 2011 NJ 2011, 114 Aukema q.q. / UNI-Invest). Reden is dat artikel 39 Faillissementswet een wettelijke opzeggingsgrond oplevert die niet tot schadevergoeding kan leiden.

Recent heeft de Hoge Raad (HR 25 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1244) een beslissing moeten nemen in een zaak waarin de curator van de huurder de overeenkomst had opgezegd en waarbij iemand anders zich garant had gesteld voor de betaling van de vergoeding van de leegstandsschade.
De Hoge Raad heeft nu uitgemaakt dat het leegstandsschadebeding op zichzelf gezien niet nietig is. Het heeft echter geen effect jegens de failliete boedel en de curator hoeft er dus geen rekening mee te houden. Als de garant tot vergoeding van de schade wordt aangesproken, geldt hetzelfde voor de regresvordering: deze kan evenmin bij de curator worden ingediend.

Conclusie is dat de positie van de partij die zich garant stelt voor alle verplichtingen van de huurder er wat betreft de voldoening van de leegstandsschade er niet beter op is geworden. Bij het redigeren van een huurovereenkomst en de bijbehorende garantie(s) dienen partijen zich dus goed te laten adviseren.

Janbert Heemstra, notaris

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?