Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Huurkoppeling of geen huurkoppeling, that’s the question!

Jan-Willem Kolenbrander

1 juni 2013 - 2 minuten leestijd

Onlangs is er een zeer aardig vonnis gepubliceerd van de rechtbank te Utrecht (LJN: BZ9503) die weer eens duidelijk maakt hoe belangrijk het is als er een deugdelijke huurkoppeling wordt gemaakt tussen de franchiseovereenkomst en een (onder)huurovereenkomst.

De kwestie was – kort samengevat – als volgt. Een franchisegever had aan één van haar franchisenemer eveneens een winkelruimte onderverhuurd. In de hoofdhuurovereenkomst tussen de hoofdverhuurder en de franchisegever was opgenomen dat onderhuur door de franchisegever niet was toegestaan, tenzij er sprake was van een dochterbedrijf of een franchisenemer. In de onderhuurovereenkomst tussen de franchisenemer en de franchisegever was er geen sprake van een huurkoppeling, maar was enkel bepaald dat een toerekenbare tekortkoming uit hoofde van de franchiseovereenkomst eveneens zou worden beschouwd als een toerekenbare tekortkoming uit hoofde van de onderhuurovereenkomst.

De franchisegever verplichtte op enig moment de franchisenemer om van formule te wisselen, maar daar was deze franchisenemer het echter niet mee eens. Reden voor de franchisegever om de samenwerkingsovereenkomst dan maar op te zeggen per eerst mogelijke datum. Omdat er geen huurkoppeling bestond, bleef de huurrelatie tussen partijen echter van kracht. De franchisegever diende dan ook afzonderlijk nog de onderhuurovereenkomst met de franchisenemer op te zeggen, dan wel te ontbinden.

Dat bleek echter lastiger dan gedacht, omdat er – bij gebreke van een toerekenbare tekortkoming uit hoofde van de franchiseovereenkomst – geen toerekenbare tekortkoming bestond om de onderhuurovereenkomst te kunnen ontbinden. De opzegging van de onderhuurovereenkomst door de franchisegever bleek voorts ook niet stand te kunnen houden en een beroep op een non-concurrentiebeding door de franchisegever mocht evenmin baten, vanwege de laakbare rol van de franchisegever in het geheel. Gevolg: de (ondertussen voormalige) franchisenemer mocht in het winkelpand blijven en onder een eigen naam een met de franchiseformule concurrerende onderneming exploiteren. Een derhalve voor een franchiseformule zéér ongewenste situatie.

Een rechtsgeldige huurkoppeling had dit euvel zonder meer kunnen voorkomen, omdat de opzegging van de franchiseovereenkomst immers dan wel doel had getroffen. Was er dan ook een rechtsgeldige huurkoppeling geweest, dan was de onderhuurovereenkomst door die opzegging eveneens ‘geraakt’ en was de franchisegever voornoemde onverkwikkelijke situatie waarschijnlijk bespaard gebleven. Kortom, huurkoppeling!

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?