Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Super de Boer ondernemers opgelet

Jan-Willem Kolenbrander

23 oktober 2013 - 2 minuten leestijd

Begin 2012 heeft de FIOD invallen gedaan bij een aantal (voormalige) franchisenemers van de (voormalige) supermarktketen ‘Super de Boer’ naar aanleiding van onregelmatigheden in hun financiële boekhouding. De Belastingdienst had aanleiding om aan te nemen dat er op grote schaal door de franchisenemers belasting werd ontdoken, omdat zij bewust verkeerde omzetten en winst opgaven.

Dit gevoel bleek ook juist, want lopende het onderzoek van de FIOD meldden zich 27 ‘Super de Boer’ ondernemers vrijwillig bij de Belastingdienst om op te biechten dat zij inderdaad hun omzet en winst hadden ‘afgeroomd’. Zie een eerder nieuwsbericht van de Belastingdienst.

Een recent vonnis van de Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNNE:2013:6317) betreft één van de (voormalige) franchisenemers van ‘Super de Boer’ die zich niet vrijwillig had gemeld bij de Belastingdienst en klaarblijkelijk ook niet akkoord was met de opgelegde navorderingsaanslag. Volgens de franchisenemer was er geen enkel bewijs aan de zijde van de Belastingdienst om aan te kunnen nemen dat hij zich schuldig had gemaakt aan ‘afromen’. De Belastingdienst stelde zich echter op het standpunt dat er uit de door de franchisegever verstrekte administratie zou blijken dat er bij de betreffende franchisenemer wel degelijk sprake zou zijn van “verdachte retourboekingen”.

Volgens de rechtbank dient de Belastingdienst aannemelijk te maken dat de franchisenemer omzet had verzwegen door middel van retourboekingen. Het enkel verwijzen naar de administratie van de franchisegever is echter niet voldoende om aan die bewijslast te voldoen, aldus de rechter. Daarbij had de Belastingdienst kennelijk verzuimd om nader onderzoek te doen naar de administratie van de franchisenemer en bleek tijdens de zitting dat de Belastingdienst de “verdachte retourboekingen” helemaal niet naar deze specifieke franchisenemer kon terugleiden. Door volledig af te gaan op de administratie van de franchisegever en geen onderzoek te doen naar de administratie van de franchisenemer zelf heeft de Belastingdienst in de visie van de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de franchisenemer zich schuldig heeft gemaakt aan belastingontduiking.

Hoewel er alle reden was voor de Belastingdienst om franchisenemers van ‘Super de Boer’ te wantrouwen, is een enkel wantrouwen niet voldoende om een navorderingsaanslag te rechtvaardigen. Gelukkig ook maar, omdat het risico op willekeur daarmee groot wordt. Blijkt dus uit dit vonnis dat de betreffende franchisenemer onschuldig is? Zeker niet, maar wel dat zelfs de Belastingdienst ‘scherp’ moet blijven wil zij haar vorderingen kunnen incasseren.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?