Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Vastgoed, Overheid & Notariaat

Kapitaallasten in de zorg

Janbert Heemstra

8 augustus 2013 - 2 minuten leestijd

Sinds 1 januari 2008 resp. 1 januari 2012 geldt het oude bouwregime niet meer voor de ‘cure’ –sector (denk aan ziekenhuizen) resp. de ‘care’-sector (denk aan verpleeghuizen).Onder het bouwregime liepen zorginstellingen geen risico ten aanzien van de kapitaallasten van hun zorgvastgoed omdat zij die – na een vergunningsprocedure op grond van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) – op basis van nacalculatie volledig vergoed kregen.

Behoudens een overgangsregeling die voor ziekenhuizen duurt tot en met 2016 en voor aanbieders van intramurale zorg tot en met 2017 geldt dat de kapitaallasten niet meer integraal worden vergoed. De kapitaallasten moeten worden gedekt uit de tarieven die door de zorginstelling via de zorgverzekeraar berekent aan de cliënten. De component in die tarieven die betrekking heeft op de kapitaallasten wordt normatieve huisvestingscomponent (NHC) genoemd.

Het nieuwe regime betekent in de praktijk dat zorginstellingen meer risico lopen: een terugval in het aantal cliënten of het aantal behandelingen heeft tot gevolg dat de zorginstelling minder inkomsten heeft om de kapitaallasten te kunnen dragen.
Zorginstellingen die investeren in hun zorgvastgoed zijn verder ook meer afhankelijk van externe financiers. Die toetsen extra scherp of de plannen financieel haalbaar zijn. Daarbij komt dat de rente veelal hoger is dan onder het oude bouwregime, juist vanwege het toegenomen risico. Ook is borging door het Waarborgfonds voor de zorg (Wfz) geen automatisme meer. Zonder borging is externe financiering haast onmogelijk.

Naast de hierboven omschreven problematiek speelt in de care-sector nog iets anders: het scheiden van wonen en zorg. Personen met een geringe zorgvraag (ZZP’s 1 en 2, over twee jaar ook 3 en 4) krijgen, als zij verblijven in een instelling, niet langer de verblijfskosten vergoed. Die moeten zij dus zelf betalen. Dat leidt er toe dat deze personen zo lang mogelijk thuis verblijven. Deze ontwikkeling wordt “extramuralisering” genoemd en is een van de kernpunten in het overheidsbeleid.

Al deze ontwikkelingen hebben juridische aspecten waarin De Clercq kan adviseren. Wij noemen hier:

  • de gevolgen voor bestaande huurovereenkomsten tussen woningcorporaties en zorginstellingen;
  • de koppeling tussen de huurovereenkomst en de zorgverleningsovereenkomst;
  • huurbescherming (heeft een persoon die een huurovereenkomst heeft gesloten met een verpleeghuis recht op huurbescherming);
  • huurprijsbescherming als het gaat om een sociale huurwoning;  
  • gevolgen voor huurtoeslag;
  • de verhuurdersheffing voor instellingen die meer dan tien woningen verhuren in de gereguleerde sector.

Zorginstellingen zijn van harte welkom om hierover met ons van gedachten te wisselen.

Janbert Heemstra, notaris van het zorgvastgoedteam van De Clercq.

 

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?