Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Uitleg van een vaststellingsovereenkomst in het kader van een franchiseovereenkomst

Ondernemingsrecht

Jan-Willem Kolenbrander

10 juli 2013 - 2 minuten leestijd

Een vaststellingsovereenkomst is een in de wet geregelde overeenkomst waarbij partijen bepaalde (juridische) aannames doen. Partijen zijn dan aan die aannames gebonden ook als deze mochten afwijken van de (juridische) werkelijkheid. Het doel van een vaststellingsovereenkomst is om (rechts)onzekerheid weg te nemen bij partijen en duidelijkheid te scheppen.

In franchise gerelateerde zaken wordt een vaststellingsovereenkomst veelal gebruikt als er tussen de franchisegever en de franchisenemer een geschil is gerezen en partijen dit geschil buitengerechtelijk willen afwikkelen. Zo kan in een dergelijke overeenkomst bijvoorbeeld geregeld worden vanaf welk moment de franchiseovereenkomst komt te eindigen en hoe partijen die beëindiging vorm geven.

Zo ook in de kwestie waarover de rechtbank te Rotterdam zich onlangs heeft gebogen (ECLI: CA2733). In die kwestie hadden de franchisegever en franchisenemer van de formule ‘De Scheidingsmakelaar’ een vaststellingsovereenkomst gesloten en afgesproken dat de franchiseovereenkomst met wederzijds goedvinden zou worden beëindigd. De franchisenemer zou vervolgens een bedrag betalen om haar verplichtingen af te kopen. Op het postcontractuele non-concurrentiebeding zou de franchisegever geen beroep doen, met dien verstande dat de franchisenemer geen gebruik (meer) mocht maken van de (handels)namen en merken van de franchisegever. Enige maanden na het tekenen van voornoemde vaststellingsovereenkomst richtte de (ex)franchisenemer een besloten vennootschap op genaamd ‘Scheidingscentrum Nederland’. In advertenties profileerde de (ex)franchisenemer zich echter voornamelijk als ‘Scheidingsmakelaar’ hetgeen door de franchisegever werd beschouwd als een inbreuk op haar (handels)naam en merk. Een gerechtelijke procedure volgde waarbij onder andere een verbod werd gevorderd door de franchisegever.

Volgens de rechter dient de vraag wat partijen met een vaststellingsovereenkomst zijn overeengekomen niet alleen beantwoord te worden aan de hand van een zuiver taalkundige uitleg van de overeenkomst. Er dient ook gekeken te worden naar de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Mede op grond hiervan was de rechter van mening dat de (ex)franchisenemer de vaststellingsovereenkomst overtrad door zo prominent gebruik te maken van de aanduiding “Scheidingsmakelaar”. Zou een willekeurige derde deze aanduiding hebben gebruikt dan was dat volgens de rechter niet zonder meer een inbreuk op de rechten van de franchisegever. Echter, mede vanwege de vaststellingsovereenkomst en de voorgeschiedenis tussen partijen had van de (ex)franchisenemer volgens de rechter verwacht mogen worden dat zij een andere naam zou hebben gebruikt voor haar nieuwe onderneming dan “Scheidingsmakelaar”. Het feit dat er sprake was van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen ‘kleurde’ dan ook de bedoelingen in van de betrokken partijen.    

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?