Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Aanbestedingsrecht

Doorstart na faillissement: nieuwe BV wordt geen partij bij raamovereenkomst

Vastgoed, Overheid & Notariaat

Per van der Kooi

10 juni 2013 - 2 minuten leestijd

Aanbestedingsregels werken door na beëindiging aanbestedingsprocedure. Een aanbestedende dienst handelt onrechtmatig en onzorgvuldig indien zij toestaat dat een derde achteraf partij wordt bij een raamovereenkomst en zeker indien die derde niet heeft meegedaan aan de aanbestedingsprocedure en ook niet aan alle minimumvereisten kan voldoen. Aldus de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, vestigingsplaats Roermond in een op 21 mei jl. gepubliceerde uitspraak (LJN: CA0482).

Het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) is met drie partijen een raamovereenkomst aangegaan voor het onderhoud en renovatie van rioolgemalen. Bij opdrachten met een waarde van meer dan € 25.000 wordt aan deze partijen een offerte gevraagd, die dan onderling worden vergeleken. Vervolgens wordt het werk aan een van hen gegund. Deze overeenkomst is tot stand gekomen na een openbare Europese aanbesteding.

Een van de drie partijen is gedurende de looptijd van de overeenkomst failliet gegaan. In verband met een doorstart wordt een nieuwe BV opgericht. WBL wil deze vennootschap in plaats van de failliete BV accepteren. De andere twee partijen maken daartegen bezwaar en vorderen dat in het voorkomende geval alleen aan hen een offerte wordt gevraagd en werken alleen aan hen worden opgedragen.

De Voorzieningenrechter oordeelt dat het aanbestedingsrecht tot doel heeft dat inschrijvers in de gelegenheid worden gesteld op een onderling gelijke en voor hen transparante wijze mee te dingen naar overheidsopdrachten. Weliswaar is de aanbestedingsprocedure inmiddels geëindigd maar de raamovereenkomst kan niet los worden gezien van die aanbestedingsregels.

Doordat de nieuwe BV niet kan voldoen aan de aanbestedingsvoorwaarden met betrekking tot financiële en economische draagkracht, wordt zij als concurrent van de andere twee partijen bevoordeeld. Zij heeft ook geen kosten hoeven te maken voor het doorlopen van een aanbestedingsprocedure. Indien de nieuwe vennootschap niettemin zou mogen offreren zouden het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel, aldus de Voorzieningenrechter, “volstrekt zinloos zijn”. Niet relevant was daarbij dat de nieuwe BV werd bestuurd door medewerkers van de oude vennootschap, dat werd gewerkt met materieel daarvan, of dat gebruik werd gemaakt van ervaring van oude onderaannemers. Er was nu eenmaal sprake van een geheel nieuwe rechtspersoon.

Voor doorstartende partijen die aan een nieuwe aanbesteding willen meedoen geldt grosso modo hetzelfde. Partijen die dat met een doorstart beogen krabben zich dus nog eens achter de oren…

Per van der Kooi en Menno de Wijs, advocaten aanbestedingsrecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?