Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Boetebedingen: het kan niet altijd feest zijn

Jan-Willem Kolenbrander

7 maart 2013 - 2 minuten leestijd

Een veel voorkomend contractueel beding in een franchiseovereenkomst is het zogenaamde boetebeding. Dit beding bepaalt dat er een geldboete verschuldigd is aan de ene partij (de schuldeiser) door de andere partij (de schuldenaar) als laatstgenoemde zijn verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst niet (deugdelijk) nakomt.

De ratio achter een boetebeding is onder meer om de schuldenaar te prikkelen om zijn verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst richting de schuldeiser deugdelijk na te komen. Doet de schuldenaar dat immers niet, dan moet hij een geldboete betalen aan de schuldeiser. De hoogte van de betreffende geldboete kan één totaalbedrag zijn per geconstateerde overtreding, dan wel een boete die elke dag met een bepaald bedrag oploopt zolang de overtreding voortduurt. Een combinatie is ook mogelijk.

Het is wel belangrijk om op te merken dat het in beginsel niet mogelijk is voor de schuldeiser om zowel nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst te vorderen alsmede betaling van de contractueel overeengekomen geldboete. De schuldeiser moet dus kiezen of hij alsnog nakoming wenst van de verplichting die voortvloeit uit de franchiseovereenkomst of dat hij betaling wil van de contractuele geldboete.

Partijen kunnen dit overigens anders met elkaar afspreken, doch verzuimen soms om dat ook te doen. Dat kan dan tot gevolg hebben dat er door de schuldeiser strategisch gekozen moet worden wat hij wil, met name als de verplichting uit de franchiseovereenkomst een betalingsverplichting betreft. De schuldeiser moet in een dergelijke situatie zorgvuldig afwegen of hij nakoming wenst van de daadwerkelijke betalingsverplichtingen, dan wel dat hij betaling wil van de contractuele boete. Beiden is dan niet mogelijk.

Een ander punt van aandacht betreft de matiging van de boete. Om rechtszekerheid te creëren, zullen partijen vaak de bevoegdheid tot matiging van het boetebeding volledig willen uitsluiten. Denk daarbij concreet aan een zinsnede in het boetebeding die stelt dat de boete “niet voor enige matiging”  vatbaar is. Het is daarbij van belang om te weten dat een rechter op verlangen van de schuldenaar een boete moet kunnen matigen. Een boetebeding die dit uitsluit kan dan ook in strijd zijn met de wet (nietig).

Gezien de aard en inhoud van een boetebeding kan deze doorgaans ook gekwalificeerd worden als een algemene voorwaarde, zoals bedoeld in de wet. De wettelijke bepalingen terzake algemene voorwaarden zijn dan van overeenkomstige toepassing. Het heeft in beginsel dan ook weinig zin om een onredelijk bezwarend boetebeding op te nemen in een franchiseovereenkomst, aangezien dit enkel tot gevolg heeft dat het beding aan te tasten is door de schuldenaar.

Kortom, een boetebeding in een franchiseovereenkomst kan een uitermate nuttige functie vervullen en partijen prikkelen om hun verplichtingen deugdelijk na te komen. Zoals hiervoor kort is aangestipt, zijn de mogelijkheden van boetebedingen echter niet eindeloos en is een zorgvuldige afweging op diverse punten noodzakelijk. Een deugdelijke formulering ervan is dan ook belangrijk.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?