Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu
Franchiserecht

Franchisegever accordeert door franchiseneemster opgestelde exploitatieprognose

Jan-Willem Kolenbrander

7 januari 2013 - 2 minuten leestijd

De rechtbank te Arnhem heeft begin december vorig jaar vonnis gewezen in een zogenaamde ‘prognose’ -kwestie. De rechtzaak betrof een (kandidaat)franchiseneemster die zich had gewend tot de franchisegever van een franchiseformule betreffende sportscholen voor vrouwen.

Voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst had de franchisegever aan de kandidate informatie verstrekt, onder andere over het aantal bewoners in de betreffende regio waar de kandidate actief zou worden. Op grond hiervan had de franchiseneemster zelf een exploitatieprognose opgesteld die als haalbaar is gekwalificeerd door de franchisegever.

In de franchiseovereenkomst waren diverse  bepalingen opgenomen waarin uitdrukkelijk was opgenomen dat er door de franchisegever geen enkele vorm van garantie werd verstrekt over het al dan niet slagen van de franchise, dan wel de door de kandidaat te behalen omzet. De inhoud van de exploitatieprognose was in de visie van de franchisegever dan ook voor rekening en risico van de franchiseneemster.

Gedurende de exploitatie van de sportschool bleef de omzet (kennelijk fors) achter op de door de franchisegever goedgekeurde exploitatieprognose. Dat was reden voor de franchiseneemster om haar franchisegever aan te schrijven. Partijen kwamen klaarblijkelijk niet nader tot elkaar, want een maand later werd de  franchiseovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd c.q. ontbonden door de franchiseneemster. Volgens de franchiseneemster zou de franchisegever haar onjuiste informatie hebben verstrekt die niet gebaseerd was op een grondig en zorgvuldig markt- en vestigingsplaatsonderzoek. De door de franchiseneemster opgestelde – en door haar franchisegever goedgekeurde – exploitatieprognose bleek in de praktijk niet haalbaar. De franchiseneemster was dan ook van mening dat de franchisegever aansprakelijk was voor de geleden schade.

De rechter deelde deze mening niet en wees er op dat er uit de franchiseovereenkomst voldoende bleek dat de franchisegever geen enkele vorm van garantie wilde verstrekken over de haalbaarheid van de franchise. Een eventuele onjuistheid in gegevens diende volgens de rechter dan ook voor rekening en risico te komen van de franchiseneemster. Mede om die reden rustte er ook geen verplichting op de franchisegever om een grondig en zorgvuldig markt- en vestigingsplaatsonderzoek uit te laten voeren naar de juistheid van de door de franchiseneemster opgestelde exploitatieprognose.

In deze kwestie vond de rechter het derhalve reëel om één en ander voor rekening van de franchiseneemster te laten komen. In hoeverre dit enkel te maken heeft met de bepalingen in de franchiseovereenkomst of ook vanwege het feit dat de franchiseneemster zelf de exploitatieprognose heeft opgesteld, blijkt niet uit het vonnis.

Wel kan opgemerkt worden dat er jurisprudentie voorhanden is waar de betreffende rechters andere overwegingen maken. Daardoor blijft de zogenaamde ‘prognose problematiek’ lastige materie  voor zowel franchisegever als de franchisenemer. In het op 11 februari 2013 door De Clercq Advocaten en Notarissen te organiseren franchiseseminar zal dit onderwerp ook aan bod komen.

Jan-Willem Kolenbrander, advocaat franchiserecht

Blijf op de hoogte

Ontvang de laatste updates en de beste tips in je inbox

Ook interessant?