Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

Per van der Kooi is vaste columnist voor de BFBN Actueel – het ledenmagazine dat 6 maal per jaar verschijnt. In de laatste uitgave blikt hij terug op de 50 columns die hij geschreven heeft. En schrijft hij ook over de AVG, die per 25 mei 2018 van toepassing wordt. Wilt u het hele stuk lezen? Klik dan hier.

Per van der Kooi voerde aanvankelijk een brede, algemene praktijk, maar gaandeweg is de nadruk verschoven naar het arbeidsrecht, het insolventierecht en het vastgoedrecht. Sinds hij bij De Clercq werkt, houd hij zich – naast het huurrecht, het bouwrecht en het vastgoedrecht in ruime zin – vooral bezig met het aanbestedingsrecht. Zijn cliënten zijn vooral projectontwikkelaars, woningcorporaties, verhuurders, huurders, opdrachtgevers, architecten, aannemers, aanbestedende diensten en inschrijvers.

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws en interessante artikelen? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief of volg ons op LinkedIn!

In het oktobernummer van het digitale vakblad Estate Planner Digitaal (een uitgave van www.estateplanningexpert.nl ) is een artikel gepubliceerd met als onderwerp: auteursrecht als onderdeel van een nalatenschap of een huwelijksgoederengemeenschap.

Auteurs van het artikel zijn Caroline van Niekerk (kandidaat-notaris) en Teun Pouw (advocaat IT, IE & Privacy). In het artikel worden de juridische gevolgen besproken als auteursrechten onderdeel (gaan) uitmaken van een huwelijksgoederengemeenschap en/of van de nalatenschap van de van de auteursrechthebbende. Tevens wordt uiteengezet wat boedelmenging van wel vererving van het auteursrecht betekent voor de met het auteursrecht verbinden persoonlijkheidsrechten en volgrechten. Wilt u het hele artikel lezen, ga dan naar www.estateplanner.nl.

Onze specialisten kunnen u met raad en daad bijstaan als u vragen heeft over dit onderwerp. Neem gerust contact met hen op voor meer informatie!

Een mooie zomer? Kijkend naar het weer lijkt wisselvallig een betere omschrijving. Maar in juridische zin was het ‘kaassie’. Wat een hoop wetswijzigingen! In mijn maandelijkse column voor het BFBN Actueel geef ik dit keer een beknopt overzicht van een aantal van deze wijzigingen.

U kent mijn voorliefde voor aanbestedingsrecht (of niet). Daar dus maar mee te beginnen. Ook schrijf ik over de betalingstermijnen voor het MKB, de afschaffing van het minimumjeugdloon en over de opbouw van pensioen in eigen beheer…

Natuurlijk zijn er nog veel meer nieuwe regels. En per 1 oktober en 1 januari treden er nog weer meer in werking! Duizelt het u al? Dan is het tijd voor een kop koffie met uw advocaat of adviseur. Bij mij op kantoor is de koffie ‘bruin’ (of zwart, als u hem liever zo drinkt).

Per van der Kooi, advocaat Vastgoed & Aanbestedingsrecht

In het Antilliaans Dagblad stond te lezen dat het Statenlid Marylin Moses (Movementu Progresivo) bezwaar heeft tegen de Gay Parade omdat dit volgens haar geen deel is van de cultuur van het eiland, waarin het woord van God de basis is van moraal en seksualiteit. Ze vindt dat Curaçaose normen en waarden gerespecteerd moeten worden en dat geen vergunning voor een dergelijke ‘protestmars’ verleend zou moeten kunnen worden.

Arjen van Rijn schreef een opiniestuk over dit onderwerp dat tevens werd gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad. Dit artikel kunt u hier lezen.

Arjen van Rijn is hoogleraar Staatsrecht en Staatkundige Vernieuwing aan de University of Curacoa (UoC). Hij is aan De Clercq verbonden als advocaat/partner binnen het team Vastgoed, Overheid en Notariaat.

Sinds 2010 bevat het Statuut voor het Koninkrijk de opdracht aan de rijkswetgever om een regeling te maken voor de beslechting van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen. De meningen over de wijze waarop aan deze opdracht uitvoering moet worden gegeven, lopen sterk uiteen. Een ontwerp dat inmiddels voor advies aan de Raad van State is aangeboden, reflecteert alleen de Nederlandse opvatting.

Arjen van Rijn, advocaat Vastgoed, Overheid & Notariaat schreef een artikel dat deze maand is verschenen in het juridische maandblad Ars Aequi. In dit artikel bespreekt hij de achtergronden en hoofdlijnen van het ontwerp, alsmede de juridische randvoorwaarden waarbinnen een faire geschillenregeling zich zou moeten bewegen.

U kunt het artikel hier downloaden. Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Arjen van Rijn.

Vandaag verscheen een artikel in de Volkskrant over het toekennen van de monumentale status aan bedrijfspanden. Eigenaren zijn daar niet altijd blij mee. Zo ook deze tankstationhouder.

In dit artikel wordt toegelicht waarom dit voor eigenaren soms lastig is. Het hele artikel kunt u hier lezen.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp?  Neem dan contact op met een van onze specialisten van het team Vastgoed, Overheid & Notariaat.

Hoe vaak komt het niet voor dat een opdracht tijdens het werk wijzigt, bijvoorbeeld door meer- of minderwerk… Als de opdracht Europees is aanbesteed, is dat soms niet zo gemakkelijk. Wordt een aanbestede opdracht namelijk wezenlijk gewijzigd, dan moet die opdracht opnieuw worden aanbesteed. Wat is dan wezenlijk?

Wilt u het hele artikel lezen? Klik dan hier.

In het verenigingsblad voor de leden van de BFBN (bond van fabrikanten van betonproducten in Nederland) verschijnt een column van Per van der Kooi, advocaat bouw- en aanbestedingsrecht. Deze keer met als onderwerp: het wijzigen van een opdracht.

Timboektoe is een historische stad in het noorden van  Mali. Eeuwenlang werd het als centrum van de islam beschouwd. De mausolea van islamitische heiligen en moskeeën van de stad vormen nog steeds een belangrijke religieuze plaats en staan op de UNESCO werelderfgoedlijst. Op 21 maart 2012 vond er in Mali een staatsgreep door het leger plaats. Ansar Dine maakte gebruik van deze onrust om Timboektoe te veroveren. Ansar Dine is een gewapende islamitische groepering, die de invoering van de sharia in heel Mali nastreeft. Een gebouwde constructie boven een graf is volgens deze groep door de islam verboden. Negen historische mausolea in Timboektoe werden daarom in de zomer van 2012 systematisch verwoest. Evenals de deur van de Sidi Yahia moskee, waarvan de legende luidde dat deze al 500 jaar niet was geopend omdat opening tot het Laatste Oordeel zou leiden.

Op 27 september 2016 oordeelde het Internationaal Strafhof in Den Haag dat Ahmad Al Faqi Al Mahdi als leider van de vernielingsacties negen jaar gevangenis­straf krijgt. Dit, omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een oorlogsmisdrijf  zoals beschreven in artikel 8, lid 2, sub e, onder IV,  van het Statuut van Rome dat zegt:

‘opzettelijk  aanvallen  richten  op gebouwen  bestemd  voor godsdienst,  onderwijs, kunst, wetenschap of charitatieve  doeleinden,  historische monumenten,  ziekenhui­zen en plaatsen waar zieken en gewonden worden samengebracht,  mits deze geen militair  doelwit zijn;’

De zaak tegen Al Mahdi is de eerste  internationale  strafzaak  waarin de aanval op cultureel erfgoed de hoofdaanklacht is. Dit betekent dat het vernietigen van cultu­reel erfgoed op zichzelf voldoende ernstig is om internationaal te worden vervolgd. Het is bovendien een reactie op de trend van het verwoesten van erfgoed. Denk aan de acties van Islamitische Staat in Syrië en Irak, maar ook het opblazen van de Boeddha’s van Bamyan door de Taliban in Afghanistan in 2001.

Voor Nederlandse gevallen van moedwillige vernieling van cultureel erfgoed heeft dit vonnis niet direct gevolgen. Dit zijn geen vernielingen in een context van oorlog en zijn dan ook niet als oorlogsmisdrijf  te kwalificeren. Wel wordt hiermee evident het belang van cultureel erfgoed op een internationaal podium benadrukt en dit mag als een signaal aan potentiële daders worden beschouwd.

In  Nederland  bestaat  via het overgangsrecht  van de nieuwe Erfgoedwet een nati­onale grondslag voor de strafrechtelijke vervolging van het vernielen van een rijks­monument als economisch delict. Bij opzettelijke vernieling wordt men gestraft met ten hoogste een gevangenisstraf van twee jaar of een geldboete van € 20.500. Dit kan een aanknopingspunt zijn om bijvoorbeeld eigenaren van panden aan te pakken die hun monumentale bezit illegaal verbouwen.

Het verbod een rijksmonument te  beschadigen of te vernielen, zoals dit in artikel 11 van de Monumentenwet 1988  stond, wordt bovendien via ditzelfde overgangsrecht uitgebreid met de wettelijke verankering van de instandhoudingsplicht. Het onthouden van noodzakelijk onderhoud, lijkt hiermee eveneens  onder de reikwijdte van het economisch delict te vallen. Ook dit is een signaal: cultuur erfgoed in of buiten een oorlogscontext moet behouden blijven.

Dit artikel is geschreven door Simon Olierook, advocaat monumentenrecht, en is verschenen in het tijdschrift Heemschut. Erfgoedvereniging Heemschut is de grootste en één van de oudste particuliere verenigingen voor bescherming van cultuurmonumenten. Sinds 1911 zetten actieve burgers zich in voor de waardering en het behoud van waardevolle monumenten en cultuurlandschappen in Nederland.

Vandaag heeft staatsraad advocaat-generaal Keus een conclusie uitgebracht over bewijsgaring in boetezaken. Aanleiding voor dit onderzoek was een zaak waarin een boete aan meerdere bedrijven als werkgever is opgelegd, omdat zij vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning hebben laten werken. In hoger beroep stellen zij de manier waarop in het bestuursrecht bewijs wordt vergaard en dit vervolgens wordt gewaardeerd ter discussie.

Waarborgen bestuursrecht gelijk aan strafrecht?
Het verzoek van de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) om naar bestuursrechtelijke bewijsvergaring een onderzoek te starten, is te plaatsen tegen de achtergrond dat de wetgever steeds vaker voor het instrument bestuurlijke boete kiest in plaats van een wet strafrechtelijk te laten handhaven. Er worden bovendien steeds hogere bestuurlijke boetes opgelegd. In 2015 adviseerde de Afdeling advisering van de Raad van State al om betere afstemming tussen het bestuursrecht en het strafrecht wat betreft de rechtsbescherming van burgers en bedrijven.

Er is kortweg gevraagd een conclusie te nemen over drie onderwerpen met daarbij acht specifieke vragen. Zo wordt aandacht gevraagd voor de waarborgen bij de totstandkoming van verklaringen, hoe om te gaan met latere afwijkende nadere verklaringen van de degene die is beboet en in hoeverre een bestuursorgaan na het opleggen van de boete nog bewijs mag verzamelen en gebruiken in een zaak. Hierna worden enkele aspecten van de conclusie uitgelicht.

Grens tussen toezicht en opsporing
Belangrijk is dat ingegaan wordt op de grens tussen onderzoek in het kader van toezicht en onderzoek in het kader van boeteoplegging. De voorzitter van de ABRvS kwalificeert zelf in sommige gevallen deze grens al als vaag.

Keus concludeert eerst dat handhavende instanties een persoon die wordt verhoord met het oog aan hem een sanctie op te leggen, op zijn zwijgrecht moeten wijzen. Ofwel: aan hem de cautie moeten geven. Wanneer in het kader van toezicht een verklaring, zonder dat de cautie is afgegeven, onder dwang is verkregen, mag deze verklaring niet later worden gebruikt voor een aan de verhoorde persoon op te leggen boete. Dit wordt de reflexwerking van het zwijgrecht genoemd.

Aan getuigen hoeft niet de cautie worden gegeven. Als een getuige echter wordt verhoord en vanwege wat hij verklaart in een verdachte verandert, moet wel eerst de cautie worden gegeven voordat hij verder wordt verhoord indien voorzetting van dat verhoor gericht is op het opleggen van een sanctie.

Nadere bewijsvergaring
Er wordt in de conclusie ook afgevraagd in hoeverre een bestuursorgaan na de afronding van het onderzoek van de toezichthouder nader bewijs mag vergaren en aan de boeteoplegging ten grondslag mag leggen. Keus concludeert dat dit in beginsel niet uitgesloten is. Na het nemen van het sanctiebesluit is dit echter niet toegestaan als daardoor de redelijke termijn wordt overschreden, de rechten van de verdediging worden geschaad of het inbrengen van nieuw bewijs in strijd is met de goede procesorde. Zodoende is het niet toegestaan dat een bestuursorgaan nader bewijs inbrengt dat het in redelijkheid al in het stadium van de besluitvorming aan de boeteoplegging ten grondslag had kunnen en dus moeten leggen.

Deze door Keus geformuleerde begrenzing van door een bestuursorgaan nader in te brengen bewijs geldt daarbij ook indien toepassing wordt gegeven aan de zogenaamde bestuurlijke lus. Op dit procesrechtelijk instrument wordt de kritiek geuit dat de bestuursrechter op deze wijze het bestuursorgaan helpt een zaak rond te krijgen. Een bestuursorgaan kan volgens Keus dus niet elk bewijsgebrek gedurende de procedure herstellen.

Verder verloop
Partijen mogen nu reageren op deze conclusie. Daarna zal de ABRvS uitspraak doen. Pas dan weten partijen in hoeverre de rechter de conclusie overneemt. Maar bovenal of in hun concrete zaak op een juiste wijze bewijs is vergaard en gewaardeerd en indien dit niet het geval is welke consequenties daar aan worden verbonden.

Simon Olierook, advocaat bestuursrecht

De snelheid waarmee de Rijksministerraad heeft gereageerd op de gebeurtenissen van de afgelopen week op Curaçao is uniek. En al even uniek is de beslissing om een Algemene Maatregel van Rijksbestuur in procedure te brengen teneinde te verzekeren dat de Statenverkiezingen op 28 april op ordentelijke wijze doorgang vinden. Dat is op deze manier nog nooit vertoond.

De drempel voor het Koninkrijk om eenzijdig in te grijpen in de autonome aangelegenheden van een Caribisch land is altijd hoog geweest, en dat is terecht. Het Statuut trekt een duidelijke scheidslijn tussen wat des Koninkrijks is en wat der landen. Die scheidslijn wordt nauwgezet bewaakt. Anders dan nogal eens wordt gedacht zit de koninkrijksregering er helemaal niet op te wachten om verantwoordelijkheden naar zich toe te trekken. In Den Haag wil men niets liever dan dat de landen in de Cariben hun eigen boontjes doppen.

Dat geldt ook als de waarborgfunctie in het geding is die het Statuut aan het Koninkrijk heeft opgedragen. De landen dienen zelf zorg te dragen voor de verwezenlijking van de fundamentele rechten, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur. Alleen het toezicht daarop is een koninkrijksaangelegenheid. En dat toezicht is in de achterliggende 62 jaar met de grootst mogelijke schroom uitgeoefend.

Het hele stuk (geschreven door buitengewoon hoogleraar Staatsrecht en advocaat Vastgoed, Overheid & Notariaat Arjen van Rijn) kunt u lezen door hier te klikken.