Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

Sinds de komst van de Wet Werk en Zekerheid vinden werkgevers het lastig de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter succesvol te doorlopen in het geval van een disfunctionerende werknemer. In 72% van alle gevallen waarin verzocht is de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van disfunctioneren, is de arbeidsovereenkomst niet – of niet op deze grondslag – ontbonden. Lastig, ja. Onmogelijk, zeker niet!

De eisen die de wet stelt om te komen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van disfunctioneren zijn helder:

  1. De werkgever moet de werknemer tijdig in kennis stellen van diens disfunctioneren;
  2. De werkgever moet de werknemer in voldoende mate in de gelegenheid stellen zijn functioneren te verbeteren;
  3. De ongeschiktheid van de werknemer voor het werk, mag niet het gevolg zijn van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer.

Bent u niet tevreden over het functioneren van uw werknemer, handel dan in lijn met voorgaande eisen en volg onderstaand stappenplan:

  1. Bespreek met uw werknemer, dat u niet tevreden bent over diens functioneren. Geef daarbij concreet aan waar het volgens u aan schort (disfunctioneren) en wat er anders moet (verwachting/verbetering);
  2. Stel een verbeterplan op met de werknemer. Neem hierin in ieder geval de volgende zaken op;
  1. Hou in geval van (toekomstig) ontslag rekening met uw wettelijke herplaatsingsverplichtingen. Heeft u mogelijk een andere passende functie beschikbaar voor de werknemer? Binnen een redelijke termijn? Of is er binnen een redelijke termijn een beschikbare functie, desnoods met scholing, passend te maken?
  2. Essentieel voor wat betreft dossiervorming; leg alles schriftelijk vast in verslagen en verzoek uw werknemer deze verslagen voor ‘gezien’ dan wel voor ‘akkoord’ te tekenen.

Heeft u vragen met betrekking tot dossiervorming of bent u op zoek naar handige formats voor een verbeterplan of evaluatieverslag, neemt u dan contact met ons op.

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Een leerkracht van een basisschool is op non-actief gesteld, omdat zij nalatig zou zijn geweest bij de correctie van een groot aantal Cito-toetsen. Zij zou circa 150 fouten hebben laten zitten. Als gevolg hiervan krijgt de werkgever het vermoeden dat er in het verleden mogelijk ook fouten zijn gemaakt. Daarop is gekeken naar de eerder door de werkneemster ingevoerde resultaten in het leerlingvolgsysteem. Dit levert twijfel bij de werkgever op. De werkgever legt de werkneemster een berisping op wegens plichtsverzuim.

De werkneemster gaat tegen dit besluit in beroep bij de Commissie van beroep funderend onderwijs.

De Commissie verklaart het beroep van werkneemster gegrond en licht als volgt toe. Dat de werkgever vraagtekens plaatst bij in het verleden door de werkneemster ingevoerde toetsresultaten is geen grond om te concluderen dat de werkneemster willens en wetens verwijtbaar en aantoonbaar nalatig heeft gehandeld. Bovendien is zij nooit eerder op vermeende fouten aangesproken.

Het goed rekenen van een groot aantal fouten in Cito-toetsen zou op zichzelf plichtsverzuim kunnen opleveren. Een werkgever moet er immers op kunnen vertrouwen dat leerkrachten toetsen nakijken zonder dat daar (te veel) fouten in worden gemaakt. Het nakijkwerk van de werkneemster geeft de Commissie echter niet het beeld van een werkneemster die zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim, maar meer van vermeende functioneringsproblematiek. In dat geval is een disciplinaire maatregel niet het juiste instrument om het functioneren te verbeteren. De werkgever heeft daarom niet in redelijkheid een berisping kunnen opleggen.

Het handelen van het schoolbestuur in deze moet geplaatst worden in de context van de fraude met de examens door de schoolleiding en docenten van het VMBO Maastricht, welke in juni 2018 aan het licht kwam. Hoewel het goed is dat schoolbesturen alert zijn op het mogelijk frauderen van werknemers met toetsen, is eveneens van belang kritisch te blijven ten aanzien van de vraag of er daadwerkelijk sprake is van plichtsverzuim.

Twijfelt u hierover? Neemt u dan contact met ons op.

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Het gebeurt vrij regelmatig dat het UWV aan onderwijsinstellingen een loonsanctie oplegt omdat het van mening is dat onvoldoende inspanningen zijn verricht om een zieke docent binnen de school of de scholengemeenschap te re-integreren. Naar onze ervaring legt het UWV namelijk veel nadruk op de vraag of het in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid mogelijk is om van bepaalde werkzaamheden die de betreffende werknemer nog wél kan verrichten, zoals niet-lesgevende taken, een geheel nieuwe functie voor hem te creëren. Onlangs hebben we echter gezien dat het UWV – mits goed gemotiveerd – aanvaardt dat dit in bepaalde gevallen niet van de onderwijswerkgever kan worden verlangd.

Doceren is uitdagend, maar ook inspannend werk. Niet zelden gebeurt het dat een docent die langdurig wegens een medische oorzaak uitvalt, geacht wordt niet meer voor de klas te kunnen terugkeren. In dat geval richt de onderwijswerkgever zich al vrij snel op re-integratie van de werknemer in het tweede spoor. Hoewel de zieke docent vaak nog wel niet-lesgevende taken in het eerste spoor (dus intern) in het kader van zijn re-integratie blijft verrichten, richten de pijlen zich voornamelijk op het vinden van een baan elders door middel van een of meer outplacementtrajecten. Voor onderwijswerkgevers spreekt het namelijk voor zich dat niet-lesgevende taken veelal niet kunnen worden losgetrokken van lesgevende taken (men spreekt dan van ‘de ondeelbaarheid van de docentfunctie’). Echter, als hieraan onvoldoende aandacht wordt besteed, dan kan dit na twee jaar arbeidsongeschiktheid door het UWV met een loonsanctie worden afgestraft. Dit gebeurde in ieder geval in een kwestie waarover wij ons hebben mogen buigen.

Het UWV was van mening dat een scholengemeenschap onvoldoende had onderzocht of er een nieuwe passende functie voor de medewerker gecreëerd kon worden door wegneming en samenvoeging van neventaken die in de diverse schoolvestigingen door docenten worden verricht. In ieder geval was naar de mening van het UWV onvoldoende met de betreffende werknemer besproken waarom dit niet tot de mogelijkheden behoort. Het is dan ook van belang hierover ruim voor afloop van de periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid met de zieke docent in gesprek te gaan. Maak hiervan een duidelijk gespreksverslag! Hierin moet goed naar voren komen waarom het niet mogelijk is niet-lesgevende taken los te trekken van lesgevende taken. Er zijn diverse argumenten denkbaar. Zo kan een hergroepering van neventaken leiden tot een onacceptabele functieverzwaring voor de docenten waarbij neventaken worden weggenomen. Zij krijgen ervoor in de plaats immers zwaardere lesgevende taken. Verder zou het een precedent scheppen dat op termijn zou kunnen leiden tot een ‘wildgroei’ aan niet-lesgevende functies. Ook zijn neventaken vaak onlosmakelijk verbonden met het ‘voor-de-klas-staan’ en zijn ze regelmatig vestigingsgebonden. Kennis van en ervaring met de vestiging en de leerlingen zijn vaak nodig voor een goede vervulling van deze neventaken. Denk aan de neventaak van dekaan.

In ieder geval is het zaak dit tijdig te onderzoeken en aantoonbaar met de arbeidsongeschikte docent te bespreken. Mocht de situatie zich voordoen, dan denkt ons onderwijsrechtteam uiteraard graag met u mee over mogelijke argumenten.

Caroline Mehlem, advocaat Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

De Clercq en OnderwijsAdvies zijn een duurzame samenwerking aangegaan. Deze samenwerking is feestelijk van start gegaan met het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst. Met deze samenwerking kunnen De Clercq en OnderwijsAdvies hun klanten nog beter van dienst zijn, doordat zij nu een totaalpakket van diensten aan kunnen bieden. Daarnaast worden regelmatig gezamenlijke kennis sessies georganiseerd.

De specialisten Onderwijsrecht van De Clercq staan al jarenlang diverse onderwijswerkgevers juridisch bij. Zij zijn de vaste sparringpartner van onder andere universiteiten, hoger onderwijs, overkoepelende onderwijsstichtingen (PO en VO) en regionale opleidingscentra. Maar ook individuele onderwijswerknemers, medezeggenschapsraden, leerlingen/studenten en hun ouders weten de specialisten van De Clercq goed te vinden.

OnderwijsAdvies is een ondernemende en innovatieve organisatie die zich richt op klanten in het onderwijs, opvoeding en zorg. Adviseurs van OnderwijsAdvies hebben de deskundigheid om medewerkers te trainen en adviseren om sterkere professionals te worden. De adviseurs werken resultaatgericht, zijn experts op het eigen vakgebied, maar werken altijd vanuit een integrale visie.

Heeft u vragen op het gebied van Onderwijsrecht? Neem dan contact op met een van de specialisten!

Lees ook het blog: Onderwijs verdient speciale aanpak

Op 12 september 2018 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland besloten dat een besluit tot het niet bevorderen van een leerling naar een volgende klas – genomen door een docentvergadering – geen besluit is in de zin van de Awb. Dit betekent dat een dergelijke beslissing, ook al is deze genomen vanuit een openbare school, niet voor bezwaar of beroep vatbaar is.

Om verwarring bij ouders te voorkomen is van belang dat een schoolbestuur, onder een beslissing tot bevorderen of doubleren, geen bezwaarclausule opneemt. Ouders die zich niet in een dergelijke beslissing kunnen vinden moeten zich tot de burgerlijke rechter richten.

Andersom vallen bijzondere scholen soms onder het bestuursrecht. Bijvoorbeeld wanneer een schooldirecteur beslist op een verzoek om verlof buiten de reguliere schoolvakanties. Deze directeur is op grond van de Leerplichtwet met openbaar gezag bekleed. Tegen deze verlofbeslissing staat dan ook bezwaar en beroep open op grond van de Awb. Bijzondere scholen doen er goed aan in geval van een dergelijke beslissing een bezwaarclausule op te nemen onder deze beslissing, om ouders op de juiste rechtsgang te wijzen.

Twijfelt u of een besluit vanuit uw schoolbestuur een Awb-besluit is? Neemt u dan contact met ons op.

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Werkgevers die de voltijdse baan van een werknemer omzetten in een deeltijdbaan moeten een transitievergoeding betalen over het aantal uren dat de werknemer minder gaat werken. Ook bij arbeidstijdvermindering in goed overleg bestaat daarmee recht op een gedeeltelijke vergoeding. Zo heeft de Hoge Raad op 14 september 2018 besloten.

In de betreffende zaak ging het om een lerares in het (bijzonder) voortgezet onderwijs met een vrijwel volledige dienstbetrekking. Na 2 jaar arbeidsongeschiktheid werd zij voor 43,83% arbeidsongeschikt verklaard. De lerares kwam overeen met het schoolbestuur dat zij haar werkzaamheden voor 55% voortzet. Haar dienstverband werd echter formeel beëindigd door het schoolbestuur en de lerares werd opnieuw benoemd voor een werktijdfactor 0,5500. De lerares heeft het schoolbestuur daarop verzocht haar een transitievergoeding te betalen. Het schoolbestuur weigerde dit omdat er volgens haar in feite sprake was van arbeidstijdvermindering in goed onderling overleg, niet van een beëindiging van het dienstverband.

De Hoge Raad is van oordeel dat een voortzetting van het dienstverband in gewijzigde vorm in feite neerkomt op een gedeeltelijke beëindiging – en daarmee een (gedeeltelijke) opzegging – van het dienstverband. Op grond hiervan is het schoolbestuur gehouden een evenredige transitievergoeding te betalen.

In de wet is niet voorzien in een aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding in het geval van een vermindering van arbeidsduur. De Hoge Raad vult met deze uitspraak dan ook een leemte in de wet. Hij is van oordeel dat de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag en daarmee een aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding gerechtvaardigd is in het bijzondere geval dat – door omstandigheden gedwongen – wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Daarbij valt te denken aan het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en aan blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De uitspraak van de Hoge Raad speelt dan ook met name in sectoren waar veel wordt geschoven met de arbeidsduur, zoals het onderwijs.

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Zieke leraren vervangen blijkt in de praktijk flink lastig te zijn. Enerzijds is er een tekort aan bevoegde leraren. Aan de andere kant zijn scholen huiverig dat invalkrachten wegens de ketenregeling in vaste dienst zullen komen. Het kabinet komt de basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs op dit laatste punt tegemoet.

Invalkrachten in het basis- en speciaal onderwijs die een zieke leerkracht vervangen, komen al niet meer automatisch in aanmerking voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de CAO PO is geregeld dat de zogenaamde ketenregeling niet geldt bij een vervanging van maximaal 14 dagen in de ‘griep’maanden januari, februari of maart.

Voor scholen in het primair en in het speciaal onderwijs wordt de zogenaamde ketenregeling vanaf 1 augustus a.s. verder versoepeld. Dit gaat gelden voor alle vervangingen bij ziekte. Niet langer wordt de eis gesteld dat het moet gaan om een vervanging voor ten hoogste 14 dagen, dat deze vervanging plaatsvindt in de periode januari tot en met maart, en dat het ziekteverzuim onvoorzien is.

Dit maakt dat het risico dat bij vervanging een vast dienstverband ontstaat, aanzienlijk kleiner wordt.

 

Karen Helbers, paralegal arbeidsrecht, medezeggenschap & pensioen

Het onderwijsrechtteam van De Clercq heeft ruime ervaring in de onderwijssector. Een bijzondere sector die – naar onze ervaring – een bijzondere aanpak verdient en zelfs vereist.

Wie adviseren wij?

Al jarenlang staat ons team diverse onderwijswerkgevers bij: zo zijn we vaste sparringpartner van onder andere universiteiten, overkoepelende onderwijsstichtingen (PO en VO) en regionale opleidingscentra. Maar ook individuele onderwijswerknemers, medezeggenschapsraden, leerlingen/studenten en hun ouders weten ons goed te vinden.

Waarover adviseren wij?

Met oog voor detail en de verschillende belangen in het speelveld, adviseren wij en staan wij onze cliënten bij op de volgende vlakken:

De specialisten

Zoekt u naar gedreven, kundige specialisten voor onderwijsvraagstukken, die een persoonlijke en vooral praktische aanpak voorstaan? Dan stellen wij ons graag aan u voor.

Henriëtte van Baalen, Caroline Mehlem, Renée Huijsmans en Karen Helbers vormen het onderwijsrechtteam van De Clercq. Heeft u vragen of bent u op zoek naar een sparringpartner? Neem dan vooral contact met ons op! Wij komen graag langs voor een kennismaking.

Caroline Mehlem

Renée Huijsmans

Henriëtte van Baalen

Karen Helbers

40% van alle huwelijken eindigt in echtscheiding. De gemiddelde duur van een huwelijk is 15 jaar, maar dikwijls is deze duur ook korter. U zult dan ook steeds vaker te maken krijgen met leerlingen, waarvan de ouders gescheiden zijn en alle bijbehorende problematiek.

Waar moet u op letten bij de inschrijving van dergelijke leerlingen? Hoe zit het met de informatievoorziening aan ouders en wat te doen wanneer deze ouders niet op één lijn met elkaar zitten?

Wij adviseren schoolbesturen ten aanzien van – onder meer – voorgaande vragen. Daarnaast ondersteunen we hen bij het opstellen van een Protocol Gescheiden Ouders, zodat uw personeel en ouders van uw leerlingen goed op de hoogte zijn van hetgeen zij van elkaar kunnen en mogen verwachten.

Bent u goed voorbereid op het nieuwe schooljaar? Wij denken graag met u mee.

Namens het onderwijsteam,

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Door het gebruik van leerlingvolgsystemen verwerken onderwijsinstellingen een grote hoeveelheid (bijzondere) persoonsgegevens van leerlingen, zoals verzuimgegevens en studieresultaten. Naar aanleiding van onderzoek bij een aantal grote onderwijsinstellingen, roept de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) iedereen op de werkwijze met leerlingvolgsystemen tegen het licht te houden en te zorgen dat de beginselen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in acht worden genomen. In het recent door de AP uitgevoerde onderzoek kwam met name het gebrek aan goede beveiliging en toegang van leerlingvolgsystemen naar voren als “valkuil”.

Beveiliging

Onderwijsinstellingen moeten – als verantwoordelijke – passende technische en organisatorische maatregelen nemen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Onder onrechtmatige verwerking wordt onder meer verstaan onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van gegevens.

De AP heeft in haar Richtsnoeren beveiliging van persoonsgegevens nader uitgewerkt wat onder ‘passende technische en organisatorische maatregelen’ moet worden verstaan. Voor onderwijsinstellingen is met name de Praktijkrichtlijn met beheersmaatregelen op het gebied van informatiebeveiliging van belang (NEN 27002).

Onderwijsinstellingen dienen onder andere beveiligingsmaatregelen te treffen om toegang tot persoonsgegevens van leerlingen in leerlingvolgsystemen voor bevoegde medewerkers te bewerkstelligen en onbevoegde toegang tot deze persoonsgegevens te voorkomen.

De volgende aspecten worden door de AP betrokken in de beoordeling of een onderwijsinstelling passende beveiligingsmaatregelen heeft getroffen:

  1. Er dienen procedures te zijn om medewerkers toegang te geven tot persoonsgegevens van leerlingen in het leerlingvolgsysteem die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben;
    • er dient een formele registratie- en afmeldingsprocedure te zijn om toewijzing van de toegangsrechten aan de medewerkers mogelijk te maken alsmede een formele gebruikerstoegangsverleningsprocedure om toegangsrechten voor alle typen gebruikers toe te wijzen of in te trekken
    • deze procedures dienen te zijn geïmplementeerd.
  2. Er dienen logbestanden te worden gemaakt van gebeurtenissen die gebruikersactiviteiten, uitzonderingen en informatiebeveiligingsgebeurtenissen registreren.
  3. De logbestanden dienen regelmatig te worden beoordeeld.

Toegang

Volgens de privacy wetgeving mogen niet meer mensen toegang hebben tot de persoonsgegevens van leerlingen dan noodzakelijk. Voornoemde Richtsnoeren vereisen dat de medewerkers slechts toegang mogen verkrijgen tot persoonsgegevens van leerlingen in het leerlingvolgsysteem die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben. Dit betekent dat er grenzen dienen te worden gesteld aan de kring van medewerkers die toegang verkrijgen tot persoonsgegevens van een leerling. Wanneer deze grenzen niet of onvoldoende worden gesteld, dan bestaat er het risico dat medewerkers van een onderwijsinstelling onrechtmatig (bijzondere) persoonsgegevens van leerlingen verwerken.

In het algemeen geldt dat niet alle medewerkers standaard en continu toegang nodig hebben tot persoonsgegevens van (alle) leerlingen voor de uitvoering van hun taken. Gelet hierop dient een onderwijsinstelling in ieder geval de volgende stappen te nemen bij het toewijzen van toegangsrechten aan een medewerker:

  1. Bepaal welke rol(len) een medewerker krijgt;
  2. Bepaal ten aanzien van welke (groep(en)) leerlingen de medewerker zijn taken gaat uitvoeren;
  3. Bepaal welke persoonsgegevens van de leerlingen de medeweker nodig heeft om zijn taken goed te kunnen uitvoeren;
  4. Bepaal binnen welke tijdsperiode de medewerker de persoonsgegevens van de leerlingen nodig heeft om zijn taken goed te kunnen uitvoeren.

Conclusie

Onderwijsinstellingen dienen ten minste formele procedures te hebben om medewerkers toegang te verlenen tot persoonsgegevens van leerlingen in het leerlingvolgsysteem. De toegangsverlening mag slechts betrekking hebben tot persoonsgegevens van leerlingen die de medewerkers voor de uitvoering van hun taken nodig hebben. Verder moeten er logbestanden worden gemaakt van gebeurtenissen binnen het leerlingvolgsysteem en deze logbestanden moeten regelmatig worden beoordeeld. Onderwijsinstellingen die hier niet aan voldoen, handelen in strijd met de privacywetgeving en kunnen forse boetes van de AP verwachten. Wees hier dus goed op voorbereid.

Contact

Wilt u meer weten over privacy in het onderwijs? Neemt u dan contact op met een van de specialisten van het team IT, IE & Privacy.