Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

Op 12 september 2018 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland besloten dat een besluit tot het niet bevorderen van een leerling naar een volgende klas – genomen door een docentvergadering – geen besluit is in de zin van de Awb. Dit betekent dat een dergelijke beslissing, ook al is deze genomen vanuit een openbare school, niet voor bezwaar of beroep vatbaar is.

Om verwarring bij ouders te voorkomen is van belang dat een schoolbestuur, onder een beslissing tot bevorderen of doubleren, geen bezwaarclausule opneemt. Ouders die zich niet in een dergelijke beslissing kunnen vinden moeten zich tot de burgerlijke rechter richten.

Andersom vallen bijzondere scholen soms onder het bestuursrecht. Bijvoorbeeld wanneer een schooldirecteur beslist op een verzoek om verlof buiten de reguliere schoolvakanties. Deze directeur is op grond van de Leerplichtwet met openbaar gezag bekleed. Tegen deze verlofbeslissing staat dan ook bezwaar en beroep open op grond van de Awb. Bijzondere scholen doen er goed aan in geval van een dergelijke beslissing een bezwaarclausule op te nemen onder deze beslissing, om ouders op de juiste rechtsgang te wijzen.

Twijfelt u of een besluit vanuit uw schoolbestuur een Awb-besluit is? Neemt u dan contact met ons op.

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Werkgevers die de voltijdse baan van een werknemer omzetten in een deeltijdbaan moeten een transitievergoeding betalen over het aantal uren dat de werknemer minder gaat werken. Ook bij arbeidstijdvermindering in goed overleg bestaat daarmee recht op een gedeeltelijke vergoeding. Zo heeft de Hoge Raad op 14 september 2018 besloten.

In de betreffende zaak ging het om een lerares in het (bijzonder) voortgezet onderwijs met een vrijwel volledige dienstbetrekking. Na 2 jaar arbeidsongeschiktheid werd zij voor 43,83% arbeidsongeschikt verklaard. De lerares kwam overeen met het schoolbestuur dat zij haar werkzaamheden voor 55% voortzet. Haar dienstverband werd echter formeel beëindigd door het schoolbestuur en de lerares werd opnieuw benoemd voor een werktijdfactor 0,5500. De lerares heeft het schoolbestuur daarop verzocht haar een transitievergoeding te betalen. Het schoolbestuur weigerde dit omdat er volgens haar in feite sprake was van arbeidstijdvermindering in goed onderling overleg, niet van een beëindiging van het dienstverband.

De Hoge Raad is van oordeel dat een voortzetting van het dienstverband in gewijzigde vorm in feite neerkomt op een gedeeltelijke beëindiging – en daarmee een (gedeeltelijke) opzegging – van het dienstverband. Op grond hiervan is het schoolbestuur gehouden een evenredige transitievergoeding te betalen.

In de wet is niet voorzien in een aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding in het geval van een vermindering van arbeidsduur. De Hoge Raad vult met deze uitspraak dan ook een leemte in de wet. Hij is van oordeel dat de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag en daarmee een aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding gerechtvaardigd is in het bijzondere geval dat – door omstandigheden gedwongen – wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Daarbij valt te denken aan het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en aan blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De uitspraak van de Hoge Raad speelt dan ook met name in sectoren waar veel wordt geschoven met de arbeidsduur, zoals het onderwijs.

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Zieke leraren vervangen blijkt in de praktijk flink lastig te zijn. Enerzijds is er een tekort aan bevoegde leraren. Aan de andere kant zijn scholen huiverig dat invalkrachten wegens de ketenregeling in vaste dienst zullen komen. Het kabinet komt de basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs op dit laatste punt tegemoet.

Invalkrachten in het basis- en speciaal onderwijs die een zieke leerkracht vervangen, komen al niet meer automatisch in aanmerking voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de CAO PO is geregeld dat de zogenaamde ketenregeling niet geldt bij een vervanging van maximaal 14 dagen in de ‘griep’maanden januari, februari of maart.

Voor scholen in het primair en in het speciaal onderwijs wordt de zogenaamde ketenregeling vanaf 1 augustus a.s. verder versoepeld. Dit gaat gelden voor alle vervangingen bij ziekte. Niet langer wordt de eis gesteld dat het moet gaan om een vervanging voor ten hoogste 14 dagen, dat deze vervanging plaatsvindt in de periode januari tot en met maart, en dat het ziekteverzuim onvoorzien is.

Dit maakt dat het risico dat bij vervanging een vast dienstverband ontstaat, aanzienlijk kleiner wordt.

 

Karen Helbers, paralegal arbeidsrecht, medezeggenschap & pensioen

Het onderwijsrechtteam van De Clercq heeft ruime ervaring in de onderwijssector. Een bijzondere sector die – naar onze ervaring – een bijzondere aanpak verdient en zelfs vereist.

Wie adviseren wij?

Al jarenlang staat ons team diverse onderwijswerkgevers bij: zo zijn we vaste sparringpartner van onder andere universiteiten, overkoepelende onderwijsstichtingen (PO en VO) en regionale opleidingscentra. Maar ook individuele onderwijswerknemers, medezeggenschapsraden, leerlingen/studenten en hun ouders weten ons goed te vinden.

Waarover adviseren wij?

Met oog voor detail en de verschillende belangen in het speelveld, adviseren wij en staan wij onze cliënten bij op de volgende vlakken:

De specialisten

Zoekt u naar gedreven, kundige specialisten voor onderwijsvraagstukken, die een persoonlijke en vooral praktische aanpak voorstaan? Dan stellen wij ons graag aan u voor.

Henriëtte van Baalen, Caroline Mehlem, Renée Huijsmans en Karen Helbers vormen het onderwijsrechtteam van De Clercq. Heeft u vragen of bent u op zoek naar een sparringpartner? Neem dan vooral contact met ons op! Wij komen graag langs voor een kennismaking.

Caroline Mehlem

Renée Huijsmans

Henriëtte van Baalen

Karen Helbers

40% van alle huwelijken eindigt in echtscheiding. De gemiddelde duur van een huwelijk is 15 jaar, maar dikwijls is deze duur ook korter. U zult dan ook steeds vaker te maken krijgen met leerlingen, waarvan de ouders gescheiden zijn en alle bijbehorende problematiek.

Waar moet u op letten bij de inschrijving van dergelijke leerlingen? Hoe zit het met de informatievoorziening aan ouders en wat te doen wanneer deze ouders niet op één lijn met elkaar zitten?

Wij adviseren schoolbesturen ten aanzien van – onder meer – voorgaande vragen. Daarnaast ondersteunen we hen bij het opstellen van een Protocol Gescheiden Ouders, zodat uw personeel en ouders van uw leerlingen goed op de hoogte zijn van hetgeen zij van elkaar kunnen en mogen verwachten.

Bent u goed voorbereid op het nieuwe schooljaar? Wij denken graag met u mee.

Namens het onderwijsteam,

Renée Huijsmans, advocaat team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Door het gebruik van leerlingvolgsystemen verwerken onderwijsinstellingen een grote hoeveelheid (bijzondere) persoonsgegevens van leerlingen, zoals verzuimgegevens en studieresultaten. Naar aanleiding van onderzoek bij een aantal grote onderwijsinstellingen, roept de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) iedereen op de werkwijze met leerlingvolgsystemen tegen het licht te houden en te zorgen dat de beginselen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in acht worden genomen. In het recent door de AP uitgevoerde onderzoek kwam met name het gebrek aan goede beveiliging en toegang van leerlingvolgsystemen naar voren als “valkuil”.

Beveiliging

Onderwijsinstellingen moeten – als verantwoordelijke – passende technische en organisatorische maatregelen nemen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Onder onrechtmatige verwerking wordt onder meer verstaan onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van gegevens.

De AP heeft in haar Richtsnoeren beveiliging van persoonsgegevens nader uitgewerkt wat onder ‘passende technische en organisatorische maatregelen’ moet worden verstaan. Voor onderwijsinstellingen is met name de Praktijkrichtlijn met beheersmaatregelen op het gebied van informatiebeveiliging van belang (NEN 27002).

Onderwijsinstellingen dienen onder andere beveiligingsmaatregelen te treffen om toegang tot persoonsgegevens van leerlingen in leerlingvolgsystemen voor bevoegde medewerkers te bewerkstelligen en onbevoegde toegang tot deze persoonsgegevens te voorkomen.

De volgende aspecten worden door de AP betrokken in de beoordeling of een onderwijsinstelling passende beveiligingsmaatregelen heeft getroffen:

  1. Er dienen procedures te zijn om medewerkers toegang te geven tot persoonsgegevens van leerlingen in het leerlingvolgsysteem die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben;
    • er dient een formele registratie- en afmeldingsprocedure te zijn om toewijzing van de toegangsrechten aan de medewerkers mogelijk te maken alsmede een formele gebruikerstoegangsverleningsprocedure om toegangsrechten voor alle typen gebruikers toe te wijzen of in te trekken
    • deze procedures dienen te zijn geïmplementeerd.
  2. Er dienen logbestanden te worden gemaakt van gebeurtenissen die gebruikersactiviteiten, uitzonderingen en informatiebeveiligingsgebeurtenissen registreren.
  3. De logbestanden dienen regelmatig te worden beoordeeld.

Toegang

Volgens de privacy wetgeving mogen niet meer mensen toegang hebben tot de persoonsgegevens van leerlingen dan noodzakelijk. Voornoemde Richtsnoeren vereisen dat de medewerkers slechts toegang mogen verkrijgen tot persoonsgegevens van leerlingen in het leerlingvolgsysteem die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben. Dit betekent dat er grenzen dienen te worden gesteld aan de kring van medewerkers die toegang verkrijgen tot persoonsgegevens van een leerling. Wanneer deze grenzen niet of onvoldoende worden gesteld, dan bestaat er het risico dat medewerkers van een onderwijsinstelling onrechtmatig (bijzondere) persoonsgegevens van leerlingen verwerken.

In het algemeen geldt dat niet alle medewerkers standaard en continu toegang nodig hebben tot persoonsgegevens van (alle) leerlingen voor de uitvoering van hun taken. Gelet hierop dient een onderwijsinstelling in ieder geval de volgende stappen te nemen bij het toewijzen van toegangsrechten aan een medewerker:

  1. Bepaal welke rol(len) een medewerker krijgt;
  2. Bepaal ten aanzien van welke (groep(en)) leerlingen de medewerker zijn taken gaat uitvoeren;
  3. Bepaal welke persoonsgegevens van de leerlingen de medeweker nodig heeft om zijn taken goed te kunnen uitvoeren;
  4. Bepaal binnen welke tijdsperiode de medewerker de persoonsgegevens van de leerlingen nodig heeft om zijn taken goed te kunnen uitvoeren.

Conclusie

Onderwijsinstellingen dienen ten minste formele procedures te hebben om medewerkers toegang te verlenen tot persoonsgegevens van leerlingen in het leerlingvolgsysteem. De toegangsverlening mag slechts betrekking hebben tot persoonsgegevens van leerlingen die de medewerkers voor de uitvoering van hun taken nodig hebben. Verder moeten er logbestanden worden gemaakt van gebeurtenissen binnen het leerlingvolgsysteem en deze logbestanden moeten regelmatig worden beoordeeld. Onderwijsinstellingen die hier niet aan voldoen, handelen in strijd met de privacywetgeving en kunnen forse boetes van de AP verwachten. Wees hier dus goed op voorbereid.

Contact

Wilt u meer weten over privacy in het onderwijs? Neemt u dan contact op met een van de specialisten van het team IT, IE & Privacy.

Scholen hebben het niet makkelijk nu zij passend onderwijs moeten bieden aan leerlingen met uiteenlopende problematiek. Toch is het belangrijk om de zorgplicht per  individuele leerling na te komen. Ouders van leerlingen kunnen anders een schadevergoeding vorderen van de school. Dat sommige ouders niet aarzelen om naar de rechter te stappen, lezen we in een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. De ouders van een dyslectische leerling vorderden een bedrag van € 24.387,50. Zij vonden dat de school onvoldoende begeleiding bood en hadden hun kind van school gehaald om het onderwijs te laten volgen bij een particuliere instelling. De rechtbank Oost-Brabant was het gedeeltelijk met de ouders eens.

In de uitspraak van de rechtbank lezen we dat de school wel veel heeft gedaan, maar toch niet voldoende om aan haar zorgplicht te voldoen. Zo bood de school wel begeleiding aan leerlingen met dyslexie, maar alleen aan leerlingen van klas 1. Verder bood de school aan leerlingen meer tijd voor toetsen, met het idee dat 80% van de leerlingen de toets in 80% van de tijd moest kunnen maken. Maar deze regel gold voor alle leerlingen. Voor dyslectische leerlingen was geen extra tijd hierboven op geregeld. De rechtbank vond deze maatregel niet toereikend voor dyslectische leerlingen. Volgens de rechtbank had de school de leerling actiever moeten begeleiden en bijvoorbeeld niet mogen afwachten of de leerling zelf om vergrote teksten zou vragen. Bovendien had de remedial teacher van de leerling deze vergrote teksten wel aanbevolen aan de school.

Dat de school haar zorgplicht heeft geschonden, betekent echter niet dat de school alle kosten voor particulier onderwijs moet vergoeden. De rechtbank wijst daartoe op de wettelijke plicht tot schadebeperking, die geldt voor iedereen die schade kan lijden. Iedereen is verplicht om de schadeposten zo laag mogelijk te houden – of de extra kosten voor eigen rekening te nemen. De rechtbank oordeelt dat de ouders wellicht een andere, minder dure keuze hadden kunnen maken. In plaats van te kiezen voor duur particulier onderwijs hadden de ouders misschien kunnen kiezen voor regulier onderwijs. De ouders hebben niet onderzocht of er reguliere scholen waren die de leerling wilden aannemen en dyslexie-aanpassingen konden bieden. Dat de ouders een snelle keuze hebben gemaakt in december om hun kind direct na de kerstvakantie te laten starten op een andere school, kan de rechtbank volgen. Maar voor de schooljaren daarna niet. Na de kerstvakantie 2012/2013 hadden de ouders ruim de tijd om naar goedkoper onderwijs uit te kijken. Hoewel de keuze voor niet nog een schoolwijziging begrijpelijk is, kunnen de kosten voor het particuliere onderwijs voor de schooljaren 2013/204 en verder, gelet op de schadebeperkingsplicht, niet voor rekening van de school komen.

Wel moet de school de helft van het schoolgeld voor het particulier onderwijs in de periode januari 2013 tot juli 2013 vergoeden. Dit is een bedrag van € 4.607,50.

Zorgplicht school
Wat had de school kunnen en moeten doen?

De school had zoals gezegd al veel gedaan om leerlingen met dyslexie te begeleiden. Wat had zij – volgens de rechtbank – nog meer kunnen doen?

De rechtbank benadrukt diverse keren dat ieder geval anders is en dat passende en concrete maatregelen steeds moeten worden toegespitst op de specifieke situatie van de individuele leerling. De ‘tips’ uit de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant zijn van belang; ook al weet een school nooit met zekerheid of deze voldoende heeft gedaan. De school is met de uitvoering van de tips in ieder geval op de goede weg.

Henriëtte van Baalen, advocaat/partner team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Vanuit een groeiende behoefte om gegevens van leerlingen op een efficiënte, veilige en met de nodige privacy waarborgen uit te wisselen, is op 1 februari jl. de Wet pseudonimisering  leerlinggegevens in werking getreden. Deze wet voorziet in een grondslag op basis waarvan onderwijsinstellingen het persoonsgebonden nummer eenmalig kunnen gebruiken om een pseudoniem te genereren. Met deze wet wordt aangesloten bij de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) die per 25 mei 2018 van toepassing is.

 Dataminimalisatie

Ook in het onderwijs is digitalisering niet meer weg te denken. Onderwijsinstellingen wisselen direct tot de persoon herleidbare gegevens uit met educatieve uitgevers en distributeurs. Dit is voor de werking van de leermiddelen echter niet altijd noodzakelijk. Bij het afnemen van digitale toetsen en examens lopen onderwijsinstellingen tegen vergelijkbare problemen aan. Vanuit het oogpunt van dataminimalisatie, een beginsel dat ook is vastgelegd in de AVG, mogen alleen de strikt noodzakelijke persoonsgegevens uitgewisseld worden. Pseudonimisering maakt dataminimalisatie mogelijk.

Pseudonimiseren

De Autoriteit Persoonsgegevens omschrijft het pseudonimiseren van persoonsgegevens als een methode om met persoonsgegevens te werken zonder daarbij te weten over welke personen de gegevens gaan. Het pseudonimiseren van persoonsgegevens zorgt er namelijk voor dat gegevens alleen nog herleidbaar zijn tot een specifiek persoon als er gebruik wordt gemaakt van aanvullende gegevens. Een pseudoniem (in de technische uitvoering bekend als ketenID’s) is een unieke identiteit voor onderwijsdeelnemers.

Met de invoering van de ketenID’s hoeven alleen nog maar die persoonsgegevens uitgewisseld te worden die nodig zijn voor het beoogde doel. Bij het gebruik van digitale leermiddelen hoeft dan bijvoorbeeld de geboortedatum of het geslacht van een leerling niet langer meegestuurd te worden om zeker te weten dat de school en de leverancier het over dezelfde leerling hebben. De onderwijsinstelling beschikt in juridische zin als verantwoordelijke over het PGN, pseudoniem en ketenID’s en weet om welke leerling het gaat. In de praktijk krijgen de partijen waarmee de school gegevens uitwisselt enkel een ketenID. Hiermee wordt beoogd aan de onwenselijke situatie van onnodige gegevensuitwisseling in het onderwijs een einde te maken, zo blijkt uit de memorie van toelichting.

Nummervoorziening

Om een pseudoniem en ketenID’s te genereren is er een centraal georganiseerde nummervoorziening gerealiseerd. Dit is een voorziening voor het aanmaken, wijzigen en verwijderen van een pseudoniem en ketenID’s. Onderwijsinstellingen sluiten met de beheerder van de nummervoorziening een bewerkersovereenkomst waarin de gegevensuitwisseling tussen de onderwijsinstelling en de nummervoorziening is vastgelegd.

Stichting Kennisnet is verantwoordelijk voor de realisatie van de nummervoorziening. De betrokken partijen en leveranciers werken nu samen aan een zorgvuldige invoering.

Zelfregulering

De wetgever heeft er bewust voor gekozen het gebruik van pseudoniemen niet te verplichten, maar de keuze voor passende maatregelen om de privacy van onderwijsdeelnemers te waarborgen aan de onderwijsinstelling als verantwoordelijke te laten. De wetgever acht het van belang dat een onderwijsinstelling, vanuit haar eigen ambities en visie op goed onderwijs, en in goed overleg met ouders en de medezeggenschapsraad, een zorgvuldige afweging maakt over de persoonsgegevens die zij van onderwijsdeelnemers ter beschikking stelt en voor welke doeleinden.

De wet bevat wel een evaluatiebepaling, die inhoudt dat de regering binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet verslag uitbrengt over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Mocht deze evaluatie aantonen dat de gekozen aanpak van zelfregulering onvoldoende effect sorteert, dan zal een nadere afweging plaatsvinden over de te nemen maatregelen, zoals het wettelijk voorschrijven van het gebruik van het pseudoniem/ketenID en/of van de aanvullende persoonsgegevens die mogen worden verstrekt.

Contact

Wilt u meer weten over dit onderwerp of privacy in het onderwijs in het algemeen? Neemt u dan contact op met een van de specialisten van het team IT, IE & Privacy.

Beschuldigingen van seksuele intimidatie zijn niet niks. Ondanks protocollen, blijft het moeilijk om hardop te zeggen ‘tot hier en niet verder’. Aan de andere kant: iemand die beschuldigd wordt, kan zich moeilijk verweren. Getuigen ontbreken vaak. Het is het woord van de één tegen het woord van de ander. Niet alleen voor de direct betrokkenen is de situatie lastig; ook voor de werkgever. Hoe moet een school als werkgever omgaan met een klacht over seksuele intimidatie?

Een beschuldiging moet serieus worden genomen. Laat dat duidelijk zijn, daar willen we in deze blog niet aan tornen. Maar niet elke klacht leidt zonder meer tot ontslag. Eerst moet onderzocht worden wat er is gedaan of gezegd, en in welke context. Als een school het onderzoek niet juist uitvoert of te snelle stappen wil nemen, kan dit een averechts effect hebben. Voorbeelden hiervan zijn de uitspraken van de kantonrechter Rotterdam, die een ontbindingsverzoek afwees wegens gebrek aan bewijs, en van de kantonrechter Alkmaar, die aan de werknemer een billijke vergoeding toekende. Wat was er in die zaken aan de hand?

Gebrek aan bewijs

Een school verzocht de kantonrechter Rotterdam de arbeidsovereenkomst met een leerlingbegeleider te ontbinden na klachten van zes leerlingen over seksuele intimidatie. De school kon echter niet aantonen dat de klachten van de leerlingen, die vriendinnen/familie van elkaar bleken te zijn, op waarheid berustten. De leerlingen wilden desgevraagd niet als getuigen door de kantonrechter worden gehoord. De leerlingbegeleider maakte aannemelijk dat de leerlingen uit rancune jegens hem hadden gehandeld. Hij had daarvoor verklaringen van collega’s die steeds in hetzelfde lokaal als de leerlingbegeleider waren geweest. Omdat niet aannemelijk was dat de leerlingbegeleider misbruik had gemaakt van zijn machts- en afhankelijkheidspositie als leerlingbegeleider, werd de arbeidsovereenkomst niet ontbonden.

Te snel handelen

Ook een school in Alkmaar slaagde er niet in de arbeidsovereenkomst met een leraar die van seksuele intimidatie was beschuldigd, ontbonden te krijgen wegens (ernstig) verwijtbaar gedrag. De kantonrechter Alkmaar was het met de school eens dat bepaalde opmerkingen van de leraar geen humor waren, maar ongewenst seksueel getinte aandacht. De kantonrechter vond het verwijtbare gedrag echter niet zodanig dat om die reden de arbeidsovereenkomst moest worden ontbonden. De leraar had namelijk spijt betuigd en aangegeven dat hij zijn spreekstijl en houding zou aanpassen door zakelijker te zijn. Daarbij kwam dat de leraar overgeplaatst zou kunnen worden naar klassen met voornamelijk jongens en dat ook ander werk dan lesgeven beschikbaar was op de school. Omdat de arbeidsverhouding inmiddels was verstoord, ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst wel. De school had te snel aangestuurd op ontslag en niet opengestaan voor andere oplossingen, waardoor de school aan de leraar een billijke vergoeding moest betalen. Omdat het gedrag de leraar wordt aangerekend, kent de kantonrechter een vergoeding toe die 2/3e lager is dan hij zou hebben gedaan als de leraar niets te verwijten viel. De school moet de leraar € 15.024,90 bruto extra betalen naast de transitievergoeding.

Hoe dan wel?

Uit de aangehaalde uitspraken halen we de volgende aanwijzingen:

Nog een TIP: raadpleeg de van toepassing zijnde cao voor de formele regelgeving bij disciplinaire maatregelen en voorgenomen ontslag. De onderwijscao’s bepalen dat een werknemer zijn zienswijze mag geven voordat een maatregel wordt opgelegd. Daarnaast moet de werkgever de werknemer wijzen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Commissie van beroep.

Henriëtte van Baalen, advocaat/partner team Arbeid, Medezeggenschap & Pensioen

Onlangs berichtten wij u al dat zorginstellingen verplicht zijn een functionaris voor de gegevensbescherming (FG) aan te stellen. In deze kennisblog wordt stilgestaan bij de FG in het onderwijs, want ook daar is een FG verplicht.

Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is het met ingang van 25 mei 2018 verplicht een FG aan te stellen als wordt voldaan aan minimaal één van de volgende criteria:

In het onderwijs wordt ervan uitgegaan dat is voldaan aan minimaal één van de bovengenoemde criteria:

  1. Scholen vallen namelijk onder de definitie van publieke organisatie (artikel 37 AVG);
  2. Door het gebruik van leerlingvolgsystemen worden op grote schaal, regelmatig en systematisch persoonsgegevens verwerkt; en
  3. Scholen verwerken bijzondere persoonsgegevens van leerlingen, zoals het BSN en gegevens over gezondheid (ADHD/Dyslexie/etc.).

Kortom, ook scholen zijn verplicht om met ingang van 25 mei 2018 een FG aan te stellen.

In de AVG is verder opgenomen dat een ‘concern’ één FG mag benoemen, onder de voorwaarde dat daarmee eenvoudig contact op te nemen is. Hetzelfde zal gelden voor overkoepelende stichtingen en samenwerkingsverbanden in het onderwijs.

Belangrijke rol

In het onderwijs zijn digitale leermiddelen niet meer weg te denken en worden veel gegevens uitgewisseld. Denk daarbij aan uitwisseling met jeugdzorg, binnen het samenwerkingsverband en bij de overstap naar een andere school. Het overtreden van de privacywetgeving ligt daarmee op de loer. De FG zal daarom in het onderwijs een hele belangrijke rol krijgen en heeft bij voorkeur – naast kennis over de privacywetgeving – ook voldoende kennis over onderwijs(wetgeving). Voor meer informatie over de kwaliteiten, taken en bevoegdheden van een FG verwijs ik u naar dit blog.

De spoeling van geschikte kandidaten is dun, zodat het belangrijk is op tijd te beginnen met het werven of opleiden van een FG. Voor u het weet is het 25 mei aanstaande.

Contact

Wilt u meer weten over privacy in het onderwijs? Neemt u dan contact op met een van de specialisten van het team IT, IE & Privacy.