Advocaten en notariaat in Leiden en Den Haag
Menu

In haar besluit van 5 januari jl. tikt de European Data Protection Supervisor (EDPS) het Europees Parlement (EP) op de vingers vanwege o.a. het cookiegebruik op haar Covid testwebsite. Wat zijn de belangrijkste implicaties van dit besluit? Dat leest u in deze blog.

Klachten over website

Voor het beheer van haar interne Coronatestcentrum en de bijbehorende website (europarl.ecocare.center) had het EP Ecolog, een commercieel bedrijf, ingeschakeld. Volgens klagers stonden op de betreffende website van het EP o.a. privacyverklaringen die niet de vereiste informatie bevatten op basis van Verordening 2018/1725 (de ‘AVG-variant’ die specifiek voor Europese instellingen en organen geldt). Daarbij voldeed het cookiegebruik niet aan de cookieregels zoals neergelegd in ePrivacy richtlijn (voor Nederland vertaald in de Telecommunicatiewet) nu Google Analytics en Stripe cookies werden geplaatst zonder dat voldoende aanvullende waarborgen waren getroffen. Na ontvangst van diverse klachten hierover heeft de EDPS (die o.a. de rol van privacy toezichthouder voor Europese instellingen en organen vervult) een onderzoek gestart.

Wie is de verwerkingsverantwoordelijke?

In haar onderzoek stelde de EDPS als eerste vast dat het EP in deze was aan te merken als verwerkingsverantwoordelijke en Ecolog als verwerker. Uit de tussen partijen gesloten contracten en de mailwisselingen maakte de EDPS namelijk op dat het EP het beheer van de website aan Ecolog had gedelegeerd en er daarbij voor had gekozen om Ecolog operationele afhankelijkheid en beslissingsbevoegdheid te geven. Immers informeerde Ecolog het EP over zaken op de website (zoals de privacyverklaring en het Google Analytics gebruik) en was het EP uiteindelijk de partij die hierover kon besluiten. Dat via de website onrechtmatig persoonsgegevens via cookies werden verwerkt was volgens de EDPS dan ook de verantwoordelijkheid van het EP. Het EP kon dit niet afschuiven. Het EP wist immers dat websitebeheer niet het primaire expertiseveld was van Ecolog (die lag namelijk in de Covidtest faciliteiten) en toch had ze ervoor gekozen om haar bevoegdheden te delegeren.

Hoe zit het met de cookies?

Ten aanzien van de Google Analytics en Stripe cookies, overwoog de EDPS dat hierdoor persoonsgegevens werden doorgegeven naar de Verenigde Staten (VS). Met Google was het EP hiertoe de Standard Contractual Clauses (SCC’s) overeengekomen. De EDPS vond echter dat desondanks geen sprake was van passende waarborgen nu niet was voldaan aan de vereisten die volgen uit Schrems II. In Schrems II is namelijk bepaald (hetgeen ook in de nieuwe SCC’s is vastgelegd) dat voorafgaand aan een internationale doorgifte een assessment moet zijn uitgevoerd. Uit dit assessment moet vervolgens blijken of voldoende aanvullende effectieve waarborgen zijn getroffen, waardoor het beschermingsniveau bij de ontvanger van de persoonsgegevens vergelijkbaar is met het beschermingsniveau binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Specifiek t.a.v. doorgifte naar de VS is een dergelijk assessment van groot belang, vanwege de verregaande bevoegdheden van Amerikaanse inlichtingendiensten. Het EP kon echter geen bewijs of documentatie aanleveren over het assessment, waardoor de EDPS concludeerde dat het cookiegebruik vanwege de internationale doorgifte dus onrechtmatig was.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Internationale doorgifte en specifiek het gebruik van Google Analytics cookies en Amerikaanse leveranciers, ligt op dit moment op meerdere plekken in de Europese Unie zwaar onder vuur. Zo geeft ook de Nederlandse privacy toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens, op haar website aan dat het gebruik van Google Analytics cookies mogelijk verboden gaat worden.

Mocht u gebruik maken van leveranciers buiten de EER, dan blijkt uit deze zaak nogmaals dat u dit niet meer verantwoord kunt doen zonder dat u een assessment heeft uitgevoerd en hier op verzoek bewijs van kunt aanleveren. Daarnaast is het altijd goed om helder en kritisch te blijven ten aanzien van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en hierbij de praktijk in acht te nemen (en niet alleen wat partijen op papier overeenkomen). Afhankelijk van de praktijk wordt namelijk bepaald wie waarvoor qua privacy zaken verantwoordelijk en dus ook aansprakelijk is.

Heeft u vragen over assessments t.a.v. de doorgifte naar internationale partijen? Neem dan gerust contact op.

Natascha van Duuren, advocaat / managing partner IT, IE & Privacy

Michelle Wijnant is onlangs gecertificeerd als Certified Information Security Manager (CISM). Deze certificering erkent de expertise van Michelle op het gebied van informatiebeveiligingsbeheer, programmaontwikkeling en -beheer, incidentbeheer en risicobeheer. Voor cliënten van De Clercq dit dat we unieke expertise in huis hebben: namelijk juridische kennis gecombineerd met uitgebreide (management) kennis over informatiebeveiliging.

Wilt u Michelle feliciteren? Bezoek haar profiel op LinkedIn.

Vergelijkende reclame mag, misleidende reclame niet. Dat deze grens in de praktijk nogal eens moeilijk is te trekken blijkt maar weer uit de zaak die onlangs voor de Rotterdamse voorzieningenrechter kwam. Het ging in deze om de vergelijking die in een tv-commercial werd getrokken tussen twee witwasmiddelen, waarvan uiteindelijk werd geoordeeld dat de betreffende tv-commercial per direct niet meer mocht worden uitgezonden. Wat was er aan de hand?

De commercial  

Het betrof in deze een tv-commercial van Procter & Gamble Nederland B.V. (P&C, merkhouder van Ariel) waarin de vergelijking werd getroffen tussen de Ariel Allin1 pod en Robijn Stralend Wit van Unilever Nederland B.V. (Unilever, merkhouder van Robijn). In de betreffende tv-commercial werd een visual getoond van één pod die werd vergeleken met twee doses blauw wasmiddel.

Onder de visual stond de tekst “Er zijn minimaal 2 aanbevolen doses van wit geconcentreerd vloeibaar wasmiddel van Nederland’s best verkopende merk nodig om de vlekverwijderingsprestaties van één Ariel Allin1 Original Pod te evenaren. Eurofins 2021, a.d.h.v. AISE-vereisten en op diverse vlekken getest.”

De zaak

De naam Robijn Stralend Wit werd in de commercial niet genoemd, toch was duidelijk dat het om Robijn ging vanwege de herkenbare “vloeistof met een blauwe-turqoiseachtige kleur”, Robijn sinds 2013 marktleider is en beide partijen dit niet betwistten. Unilever stelde o.a. dat de claim van P&C in de tv-commercial, en meer in het bijzonder de gebruikte visual, niet juist was en bovendien was gebaseerd op testen die niet overeenkomstig de AISE Guidelines waren uitgevoerd. Daarbij werd de onjuiste suggestie gewekt dat voor iedere wasbeurt twee doses van Robijn wasmiddel nodig zijn, hetgeen niet het geval is. Unilever’s standpunt was dan ook dat de in de tv-commercial gemaakte vergelijking onjuist en misleidend was.

De voorzieningenrechter overwoog hiertoe o.a. als volgt:

De voorzieningenrechter oordeelt vervolgens dat de tv-commercial inderdaad misleidend is en dat het uitzenden hiervan onrechtmatig is jegens Unilever. Het wordt P&C dan ook verboden om de tv-commercial nog verder uit te (doen) zenden.

Heeft u vragen over vergelijkende of misleidende reclame? Neem dan gerust contact op.

Michelle Wijnant, Legal Counsel IT, IE & Privacy

Bij het oprichten van een webshop komen een hoop dingen kijken. Juridisch gedoe, is dan vaak het laatste waar u behoefte aan heeft. Toch is het belangrijk om meteen vanaf de oprichting van uw webshop met juridische zaken rekening te houden. Immers is het makkelijker om in het begin bepaalde keuzes wel/niet te maken (dan achteraf fouten te moeten corrigeren) en scheelt het een hoop risico’s en mogelijke kosten wanneer uw webshop van meet af aan voldoet aan alle wettelijke vereisten. In deze whitepaper treft u een aantal handige juridische basistips aan voor de oprichting van uw webshop.

Wilt u de whitepaper graag ontvangen? Laat dan hieronder uw gegevens achter. De whitepaper wordt per e-mail aan u toegezonden.

Ja, ik ontvang graag het whitepaper: 'Juridische basistips bij het oprichten van een webshop’

Natascha van Duuren, advocaat-partner bij De Clercq, is toegetreden tot het bestuur van Climbing the right tree. Deze stichting creëert carrièremogelijkheden voor leerlingen en studenten in Afrika door IT-onderwijs en -training en het doneren van computers, smartboards, printers en andere hardware. Vanuit haar achtergrond als specialist op verschillende terreinen binnen het IT-recht, zoals security, privacy, Intellectual Property en outsourcing, is deze functie voor Natascha een uitgelezen manier om invulling te geven aan haar wens om zich in te zetten voor maatschappelijke doelen.

Natascha: “Als iedereen op zijn of haar eigen manier een  bijdrage levert, kunnen we de wereld een stukje beter en mooier maken. ICT-onderwijs spreekt mij aan en ik zie daar de potentie, als bestuurslid van Climbing the right tree kan ik binnen mijn interessegebied een maatschappelijke bijdrage leveren en social impact creëren. Veel jongeren in Afrika zijn eager om te leren en hebben het talent, wat ontbreekt zijn vaak de middelen om een opleiding te kunnen doen. Daar biedt deze stichting hele concrete oplossingen voor.”

De twee belangrijkste programma’s van stichting Climbing the right tree zijn IT bootcamps voor studenten en scholenprojecten op middelbare scholen. Klaas Brongers, voorzitter van de stichting, ziet met de komst van Natascha een uitbreiding van expertises binnen het bestuur. Dit is een belangrijke stap in de groei en professionalisering van Climbing the right tree. “Wij hadden in ons bestuur al IT en financiële kennis, Natascha brengt juridische expertise mee. Wij zijn begonnen met onze projecten in Ghana en die zijn zo succesvol dat we onze aanpak ook in andere landen willen toepassen. Daar is extra bestuurskracht voor nodig. Het is onze ambitie om in heel West-Afrika actief te worden en daar ruim 200 miljoen jongeren van digitale vaardigheden te kunnen voorzien.”

Toekomstperspectieven van jonge studenten
Climbing the right tree is een partnerorganisatie van Maxim Nyansa IT Solutions, een NGO opgezet in 2016 in Ghana om de carrièrekansen van jonge Afrikaanse studenten te vergroten. De naam Climbing the right tree is een uitdrukking en betekent ‘diegene die werkt voor een goede zaak mag rekenen op de hulp van anderen’. De wereld en de (internationale) arbeidsmarkt veranderen door informatietechnologie. Het is een belangrijke sector voor de ontwikkeling van Afrika en de toekomstperspectieven van jonge Afrikanen. Iedereen kan bijdragen aan deze stichting, als vrijwilliger in het logistieke team, IT-trainer of coach via Skype, door als ambassadeur op te treden of het doneren van geld of hardware. Bezoek ook eens de website van Climbing the right tree.

De studenten op de foto ontvingen op zaterdag 18 december 2021 hun certificaat na afronding van de algemene cursus en verschillende specialisatietrainingen in software-ontwikkeling. Natascha was online aanwezig bij de ceremonie, “het was een heel bijzondere ervaring”.

De Clercq Advocaten Notariaat heeft veel aandacht voor maatschappelijke betrokkenheid. Advocaten van het kantoor leveren bijdragen aan projecten, initiatieven en organisaties die zich op allerlei gebieden inzetten voor een mooiere wereld. Zij vervullen bestuursfuncties, geven training of zijn op een andere manier betrokken. Wilt u meer weten over ons MVO-beleid, lees dan ons verhaal.

Recentelijk heeft de Duitse voorzieningenrechter (Wiesbaden) uitgesproken dat geen gebruik kan worden gemaakt van Europese cookiepartijen die gebruikmaken van een in de VS gevestigde leverancier om persoonsgegevens te verzamelen. Als deze uitspraak overeind blijft, kan dit een hoop teweegbrengen op (internationaal) cookiegebied. In deze blog leest u waar deze zaak precies over ging en wat mogelijke consequenties zijn.

De situatie  

De in Wiesbaden gevestigde hogeschool (Hochschule RheinMain) maakte op haar website gebruik van ‘Cookiebot’. Cookiebot is een tool van het Deense Cybot die een cookiebanner levert waarmee websitebezoekers kunnen kiezen welke typen cookies ze accepteren. Wanneer een websitebezoeker de cookiebanner invult, verwerkt Cookiebot o.a. zijn/haar IP-adres, URL en een unieke “user key”. Deze informatie wordt vervolgens opgeslagen op zowel de servers van de websitehouder (in dit geval de hogeschool) als op de servers van Cybot (binnen de EU). Cybot maakt bij de levering van Cookiebot gebruik van de diensten van het in de VS gevestigde Akamai Technologies om de data van de websitebezoeker te verzamelen (niet om deze op te slaan). Hiertoe zijn Cybot en Akamai Standard Contractual Clauses (SCCs) overeengekomen.

De uitspraak

De Duitse voorzieningenrechter oordeelde in deze zaak dat sprake was van onrechtmatige internationale doorgifte van de data van de websitebezoekers door het gebruik van Cookiebot. Dat de data alleen op servers binnen de EU werd opgeslagen, was hierbij volgens de rechter niet relevant. Er is volgens de rechter immers nog steeds sprake van een internationale doorgifte van de data nu Akamai deze data verwerkt (verzamelt). Deze doorgifte is onrechtmatig, doordat door de dienstverlening van Akamai de data binnen het toepassingsbereik van de Clarifying Lawful Overseas Use of Data Act (CLOUD Act) valt. Op basis van de CLOUD Act, zou Akamai immers verplicht kunnen worden om de data aan Amerikaanse inlichtingendiensten te verstrekken (ook wanneer ze op EU-servers staan).

Consequenties

Wanneer deze uitspraak in stand blijft, heeft dit bijzonder verregaande consequenties:

Internationale focus

Internationale doorgifte van data ligt natuurlijk, o.a. door Schrems II, al langer onder de loep. Zo moet nu al, in lijn met Recommendations 01/2020, de effectiviteit van de passende waarborgen voor internationale doorgifte worden beoordeeld aan de hand van de relevante internationale wetgeving. Daarbij moet bij internationale doorgifte op basis van de nieuwe SCCs de data importer o.a. een voorafgaand assessment uitvoeren op de toepasselijke wetgeving en mogelijkheid tot het moeten verstrekken van persoonsgegevens aan publieke organisaties. Dat steeds meer eisen worden gesteld aan internationale doorgifte is dan ook niet nieuw. Wat wel een nieuwe lijn zou zijn als deze uitspraak in stand blijft, is dat al snel sprake zou zijn van doorgifte en dat de toepasselijkheid van de CLOUD Act al kan maken dat deze onrechtmatig is. Dat wordt afwachten…

 

Heeft u vragen over het gebruik van cookies of de samenwerking met Amerikaanse partijen? Neem dan gerust contact op.

Natascha van Duuren, advocaat / managing partner IT, IE & Privacy

Zo op de valreep van 2021, heeft de Noorse privacytoezichthouder (Datatilsynet) aan Grindr een boete opgelegd van 6,3 miljoen euro vanwege het onrechtmatig delen van (bijzondere) persoonsgegevens. Grindr deelde namelijk advertising ID’s, IP-adressen, technische informatie, leeftijd, geslacht, locatiegegevens en informatie over seksuele voorkeuren (vanwege het gebruik van de LGBTQI dating app) met honderden potentiële advertentiepartijen op basis van toestemming, terwijl deze toestemming niet rechtmatig was verkregen.

Toestemming

Op basis van de AVG moet toestemming een “vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting” zijn. Aan deze voorwaarden werd door Grindr echter niet voldaan. Zo bleek dat:

Verzwarende omstandigheden

De hoogte van de boete, was mede gelegen in de verzwarende omstandigheden die de Noorse privacytoezichthouder aanwezig achtte nu:

Rechtmatige toestemming  

Het delen van data voor commerciële doeleinden op basis van toestemming kan op een rechtmatige wijze plaatsvinden. Voorwaarde hiervoor is echter wel dat aan de vereisten voor rechtmatige toestemming wordt voldaan, hetgeen betekent dat:

Daarbij moet de gebruiker eenmaal gegeven toestemming net zo makkelijk kunnen intrekken als deze is gegeven. Tevens moet alle informatie in duidelijke en begrijpelijke taal zijn verstrekt. En als laatste, ligt de bewijslast ten aanzien van de verkrijging van de rechtmatige toestemming bij de verantwoordelijke.

Wilt u meer weten over het delen van data of verkrijgen van rechtmatige toestemming? Neem dan gerust contact op.

Michelle Wijnant, Legal Counsel IT, IE & Privacy

Acties, aanbiedingen en kortingen, over het algemeen zijn we er allemaal gevoelig voor. Daarom maakt ook bijna iedere webshop hier wel eens gebruik van om bijvoorbeeld mee te doen aan trends (zoals recentelijk Black Friday), om klanten te verleiden tot extra aankopen of om oude voorraden op te ruimen. Het hanteren van acties, aanbiedingen en kortingen is echter aan wetgeving gebonden. In deze blog leest u waar u rekening mee moet houden als u met de feestdagen op komst overweegt om voor uw klanten ook eens goed uit te pakken.

Misleiding

Het kan verleidelijk zijn om zaken soms mooier te presenteren dan ze zijn, maar dit mag t.a.v. acties, aanbiedingen en kortingen echter niet. In dat geval is namelijk sprake van misleiding. Zo is het bijvoorbeeld niet toegestaan om:

Kort gezegd, komt het erop neer dat wanneer u zegt dat iets een aanbieding is dit het ook daadwerkelijk moet zijn. Daarbij is het belangrijk dat u duidelijk aangeeft wat de aanbieding precies inhoudt. Mocht u bijvoorbeeld korting geven, dan is het belangrijk dat u aangeeft op welke prijs u de korting geeft: is dat de adviesprijs of de prijs die het product reeds in uw webshop had?

Actievoorwaarden

Mocht u acties, aanbiedingen en kortingen willen inzetten dan is het belangrijk om hiervoor actievoorwaarden op te stellen. In deze actievoorwaarden kunt u o.a. verduidelijken op welke producten de actie ziet, wat de actie inhoudt, hoe lang de actie duurt, of een afwijkende levertijd geldt, wat de beschikbaarheid is en of er bijkomende kosten zijn.

Niet vergeten

Buiten de regels voor webshops die gelden rondom acties, aanbiedingen en kortingen, gelden voor webshops ook regels op het gebied van informatieplichten, levering, bedenktijd, garanties en privacy. Zie voor deze regels mijn eerdere blogs voor B2C-webshops, B2B-webshops en over Privacy voor webshops.

Wilt u meer weten over de regels die gelden rondom webshops? Neem dan gerust contact op.

Michelle Wijnant, Legal Counsel IT, IE & Privacy

Zoals velen van u zullen herkennen, is dit een van de meest populaire reacties bij het wijzen op risico’s t.a.v. bepaalde gebruikte gratis systemen, applicaties en tools. In veel organisaties zijn immers procedures ingericht ter goedkeuring van betaalde systemen, applicaties en tools (waarbij de beslissingsbevoegdheid is gekoppeld aan de hoogte van de bedragen), maar is niks geregeld voor de gratis varianten. Daarbij worden vaak de risico’s van de lokale omgeving van een zakelijk apparaat en de mobiele (zakelijke) telefoon over het hoofd gezien, waar toch ook een hoop zakelijke bestanden en gegevens opstaan en/of mee benaderbaar zijn.

Belangen

Een organisatie heeft er vanuit verschillende oogpunten belang bij om o.a. data, systemen en omgevingen zo goed mogelijk te beschermen. Zo is dit bijvoorbeeld belangrijk voor de concurrentiepositie, reputatie, naleving van de wetgeving en (niet onbelangrijk) voor het in het geheel kunnen functioneren van een organisatie. Alle apparaten die toegang hebben tot de data, systemen en omgevingen van een organisatie, vormen daarbij in principe een risico.

Digitale werkomgeving

In de praktijk merken we, dat het beschermen van deze belangen in de digitale werkomgeving in het algemeen goed lukt. Zo maakt bijna iedere organisatie gebruik van een beveiligde digitale werkomgeving voor toegang tot de ‘digitale organisatie’ waar medewerkers enkel met multi-factor-authenticatie (MFA, dus bijvoorbeeld een wachtwoord + een code op een telefoon) bijkomen. Daarbij kunnen organisaties (de toegang tot) de digitale werkomgeving op afstand controleren, en bijvoorbeeld bij melding van verlies van een apparaat de toegang door dit apparaat volledig blokkeren.

Niet onder controle

Niet alle delen van zakelijke apparaten zijn echter onder controle van de werkgever, denk bijvoorbeeld aan de lokale omgeving (dus voordat op de digitale werkomgeving wordt ingelogd). Daarbij wordt in veel gevallen de mobiele telefoon over het hoofd gezien. Dit, terwijl medewerkers ook op lokale omgevingen en mobiele telefoons zakelijke informatie kunnen verzamelen en verwerken. Denk aan de contactenlijst, lokaal opgeslagen bestanden, downloads, berichten die via systemen/applicaties/tools op de lokale omgeving worden verstuurd en de toegang tot zakelijke applicaties (zoals de zakelijke mailbox of werkapps) die hierop wordt verschaft.

Downloaden van apps

Dat het downloaden van apps op mobiele telefoons in deze een specifiek en veelvoorkomend risico vormt, blijkt ook het artikel van Cyberark hierover. Vergeet hierbij echter ook niet de andere zakelijke apparaten waarop gratis (online) systemen kunnen worden gebruikt waarvoor een download niet vereist is, maar waarvoor een ‘gratis’ account aanmaken al voldoende kan zijn. Denk aan bijvoorbeeld tools om grote bestanden mee te versturen, om events mee te organiseren of waarmee met externen kan worden gecommuniceerd.

‘Gratis’ applicaties, systemen en tools verzamelen vaak veel data, zonder dat men zich hier bewust van is (even een domper: niks is gratis, vaak betaal je juist met data). En, wat nou als het apparaat waarop bijvoorbeeld een app is geïnstalleerd ook vol staat met zakelijke informatie, zoals contacten, foto’s van documenten, bezochte webpagina’s en locatiegegevens van de plekken waarop werkzaamheden worden verricht?[1] Of, als in de tool data (zoals adressenlijsten) wordt geladen om de functionaliteiten te kunnen gebruiken? Dan kan al die informatie dus terechtkomen bij (internationale) partijen waarover totaal geen grip is.

Vijf tips

Wat kun je als organisatie nu doen tegen de risico’s die horen bij het gebruik van gratis systemen, applicaties en tools?

 

Mocht u vragen hebben over de risico’s van bepaalde systemen, applicaties en tools, ondersteuning behoeven bij het inrichten van een  procedure of beleid,of ondersteuning behoeven bij het vergroten van awareness onder medewerkers, neem dan gerust contact op.

Michelle Wijnant, Legal Counsel IT, IE & Privacy

 

[1] Een voorbeeld van een groot risico dat zich op deze manier heeft geuit, is bijvoorbeeld de geheime Amerikaanse basis die is ontdekt doordat de aanwezige soldaten gebruik maakten van een fitnessapp.

Workshop “DATA. Waarde creatie in de digitale economie”

Bedrijven en organisaties staan voor grote uitdagingen. Bestuurders moeten belangrijke beslissingen nemen over een toekomstbestendige transformatie. Een digitale transformatie waarbij een datagedreven sturing centraal staat en waarbij waarde gecreëerd wordt met data.

De druk op bestuurders is groot. De keuzes die moeten worden gemaakt zijn ingrijpend en de financiële consequenties groot. Desalniettemin beseffen bestuurders zich dat er geen keuze is; niets doen is immers geen optie.

Hoe komt het nu dat sommige bedrijven er wél in slagen een digitale transformatie door te maken en anderen niet?

In de workshop “DATA. Waarde creatie in de digitale economie” zal worden ingaan op belangrijke sleutels tot succes om te komen tot een succesvolle digitale transformatie en tot het creëren van waarde met data.

 Programma

Dagvoorzitter:  Natascha van Duuren

  1. Digitalisering 4.0 met DATA als het nieuwe goud (Ken van Ierlant)
  2. Digitale DATA strategie (Klaas Brongers & Martin van de Berg)
  3. DATA centrisme (Abdul Amer)
  4. Digital DATA economics Flip van Spaendonk
  5. DATA governance Risk  & Compliance (Natascha van Duuren)
  6. Digital leadership (Ron Brummans)

Wanneer:

Maandag 13 december 2021 van 15.30 uur tot 18.30 uur

De Clercq Advocaten Notariaat, Hoge Rijndijk 306, 2314 AM Leiden

Ontvangst vanaf:              15:30 uur

Start Workshop:               16:00 uur

Borrel:                               18:00 uur

Inschrijven voor deze bijeenkomst is niet meer mogelijk